Wereldreis 2: Beiroet

Lieve iedereen,
We weten niet wanneer we dit kunnen verzenden, goed kans pas in Singapore, maar we schrijven alvast iets en zetten het klaar voor verzenden in de hoop onderweg iets tegen te komen…Dit is het verslag vanaf 26 januari tot en met 6 februari.

Het eerste deel van onze wereldreis is met het containerschip CMA CGM Columba; we vertrokken vanuit Zeebrugge en bezochten Souhampton, Le Havre, en Beiroet. We hebben er al zo’n 7.050 km en 13 dagen opzitten en zijn nu in Beiroet aangekomen. Door slecht weer onderweg (het schip had een hellingsgraad van 16 graden voor de kust van Frankrijk) lopen we nu ongeveer 3-4 dagen achter op schema.

De Columba is ENORM: niet alleen 363 meter lang en 46 meter breed, maar zeker ook 15-20 meter hoog van kade tot dek, en dan ook nog eens 9 verdiepingen in de “woontoren”, waar de slaap-, eet-, recreatie- en werkvertrekken zich bevinden. Wij zitten op de 7e verdieping, en bezoeken regelmatig de brug (9e), eetzaal (2e) en gymzaal (3e). Plus we gaan op zee ook weleens wandelen op het dek onder de containers door (tijdens laden/lossen verboden terrein); wel even telefonisch melden bij de brug als je weggaat en terug bent, en buiten de woontoren een helm dragen. We lopen dus heel wat af op een dag want de lift doet het niet…!!

Er zijn twee andere gasten, een zonderlinge Zwitser die alleen Zwitser-Italiaans spreekt, en vooral in zijn kamer zit, en een 68-jarige Duitser die goed Engels spreekt, erg aardig is en we een paar keer per dag zien. De maaltijden zijn de vaste momenten van de dag: ontbijt om 7:30, lunch om 12 uur en avondeten om 18 uur. We eten bij de officieren maar dat is bij hun vooral gauw naar binnen schuiven en weer door dus erg veel gepraat wordt er niet. Bij de lunch is het het drukst qua officieren, soms wel 6-8 tegelijk, met ontbijt en avondeten is het vaak alleen ons, de Duitser en een enkele officier. Het eten is overigens prima en we worden uitstekend verzorgd!

Onze hut is erg comfortabel en groot, met twee ramen naar voren en twee naar links/bakboord kijkend. Tijdens het laden en lossen vliegen de containers aan de kabels van de kranen vaak echt een meter of twee voor ons raam langs! En soms trilt heel het schip als er eentje een beetje wild weggezet wordt… Niet alleen het dek wordt gevuld met torens van 6-8 containers, ook in de romp gaan containers. Het schip kan maximaal 11.000 containers vervoeren en in het scheepskantoor op de begane grond kijken ze met speciale planningssoftware of de lading goed verdeeld is en de brug nog voldoende zicht heeft. Dat is overigens weinig, we hebben alleen een dode hoek van bijna een halve kilometer recht vooruit vanaf de boeg… Maar met radar, sonar, gps en alle andere apparatuur op de brug komen ze een heel eind gelukkig. Tijdens het lossen gaan de dekplaten eraf als ze in de romp moeten zijn en kijken we vanuit ons raam soms wel 15-16 verdiepingen diep naar beneden als ze net alles op die plek gelost hebben. De volgende ochtend staat het dan vaak weer 5-6 hoog terug op dek, het is 24 uur doorwerken in die havens!

We genieten van het op zee zijn en van de bedrijvigheid op de brug en in de havens. De tijd vliegt echt voorbij! Aan boord is de houding zeer vriendelijk en informeel en iedereen groet elkaar altijd, maar men heeft het duidelijk druk, er moet gewerkt worden: op zee draagt men praktische en gemakkelijke kleding en herken je de kapitein alleen aan zijn naam en fotootje op de prikborden op iedere verdieping, in de haven of met buitenstaanders aan boord zoals een loods lopen de officieren opeens allemaal in uniform. Normaal gezien komt de loods per bootje aan bij het schip, maar in Le Havre werd hij vanuit een helikopter aan een kabel gelijk bij de brug afgezet.

Zowel in Le Havre, Southampton en Beiroet kwam er veel meer vracht bij dan er afgaat, er wordt dan met vier kranen tegelijk vanaf de kade over heel de lengte van het schip geladen. Om het schip stabiel te houden tijdens deze bedrijvigheid is er een automatisch systeem dat constant water tussen twee tanks pompt en zo compenseert: op zee staat dit uit want dan zou het levensgevaarlijk zijn en juist tot kapseizen kunnen leiden. We hebben al een veiligheidsinstructie gehad, en mocht het alarm klinken dan moet iedereen naar het verzamelpunt op de 1e verdieping waar de zwemvesten, thermopakken en reddingsboten zijn.

In Southampton kwamen we laat in de middag aan en zijn we even anderhalf uur aan wal geweest, om een aantal monumenten te bekijken, waaronder eentje voor de ingenieurs van de Titanic. Om aan wal te komen moesten we wel een uur wachten tot alle formaliteiten afgerond waren! In Le Havre lagen we erg ver van de stad en zijn we aan boord gebleven maar hebben we heel het proces van aanmeren gevolgd vanuit de brug (waar je eigenlijk altijd welkom bent, zelfs tijdens manoeuvres): het duurt steeds zeker 3 uur tussen wanneer de loods vlak voor de haven aan boord komt en wanneer we eindelijk echt stil aan de kade liggen. En er zijn meestal 3 sleepbootjes nodig om ons op de juiste plek te krijgen!

Tijdens de zee-dagen onderweg naar Beiroet in Libanon zijn we dagelijks naar de brug geweest waar de dienstdoende officieren meestal wel de tijd en zin hebben in een praatje. Ondanks alle apparatuur moeten er ook altijd menselijke ogen meekijken, en wordt de koers ook op papieren kaarten bijgehouden. Snachts is het erg indrukwekkend op de brug, die dan volledig verduisterd is met de apparatuur op nachtstand, zodat er goed naar buiten gekeken kan worden. Het maanlicht schijnt op de golven en de containers en je ziet de lichtjes van andere schepen en de sterren, het is een magisch zicht.

We hebben ook een bezoek aan de “machinekamer” gebracht: een enorm doolhof van allerlei grote ruimtes vol machines, over een gebied verspreid dat zeker 7-8 verdiepingen ging onder het bovenste dek, in het hart van het schip. De schroefas is 98 cm doorsnede, en het “motorblok” een blok metaal van ongeveer 25 bij 5 meter, met 24 injectiepunten, zelf 2 verdiepingen hoog en met alle buizen en omliggende machines erbij zeker 4-5 verdiepingen hoog. Er kan op maximumsnelheid 200-230 ton brandstof per etmaal verbruikt worden, dan hebben we een eigen snelheid van ongeveer 50 km/uur.

Maar het gaat daar in de machinekamer niet alleen om de motor zelf en alle bijbehorende pompen, koeling, druk- en zuiveringsinstallaties, het is er ook een complete fabriek. Er is onder andere een waterzuiveringsinstallatie, koelinstallaties voor de koelcellen en de airco, verwarmingsinstallaties en sterilisatieinstallaties voor het water, grote electriciteitsgenerators, twee verschillende systemen voor de productie van stoom die gebruikt wordt om de druk en efficiëntie van de motor te verhogen, en allerlei afvalverwerkingsinstallaties… En dan nog alle pompen en filters om alle lucht-, water-, afval- en brandstofstromen rond het schip gepompt te krijgen! Het was erg indrukwekkend!

De bijgevoegde foto is van de loods die opgehaald wordt per helikopter

Liefs
Hans en Jooske

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.