Namibië Zambia Malawi 1: Ruacana

Beste iedereen,

We zijn weer op pad en schrijven iedere dag een stukje. Omdat we de komende 12 dagen waarschijnlijk geen internet zullen hebben, posten we dit blog alvast zodat de verslaafde lezers alvast wat te lezen hebben 😉

11 augustus: Thuis-onderweg
We vlogen pas vanavond om 22:45 dus we hadden nog heel de dag voor ons. We hebben sochtends een laatste keer gezwommen en koffie gedronken – als we terug zijn is het seizoen voorbij. Voor en na het zwemmen heb ik thuisgewerkt op mijn laptop, en daarna de tassen ingepakt. We hebben gedoucht en geluncht, Hans heeft nog even gauw wat pasfoto’s gemaakt in de stad omdat we berichten gelezen hadden dat ze daar aan de grens van Malawi misschien om zouden vragen, en de middag vloog voorbij. Om 17:30 is Hans om Chinees gegaan, om 18 uur waren we klaar met alles (en doodop na een hele lange week), en om 18:35 stond de taxichauffeur voor de deur. We hadden hem eigenlijk om 19:30 besteld, maar hij zat een beetje lastig met zijn boekingen dus had gevraagd of het een uurtje eerder kon. De rit naar Schiphol ging heel vlot, en we kwamen rond 19:45 aan in een praktisch lege vertrekhal! We moesten onze bagage bij een geautomatiseerde (en uitgestorven) bagage-balie afgeven die je zelf moest bedienen, zelf de labels aan de bagage hangen en zo. De drie tassen (we mochten ieder twee stuks bagage meenemen, een luxe!) werden geaccepteerd en ingeslikt door de automaat, en we konden door. Bij de veiligheidscontrole, wat toch al heel de zomer in het nieuws komt met horrorverhalen wat betreft de drukte, waren we ver de enigste passagiers, de beveiligingsbeambtes hadden zelfs tijd voor een kletspraatje, en de douane erachter was ook erg stil. In 20 minuten waren we overal doorheen! We installeerde ons rond 20:15 al bij onze gate voor een lange wacht… We hebben het nog nooit zo rustig meegemaakt op Schiphol. Na 22 uur konden we boarden, en keurig op tijd vertrokken we om 22:45.

12 augustus: Windhoek-Outjo, 353 km + 45 km
De nachtvlucht was niet slecht geweest, we hebben allebei redelijk rustig steeds een paar uur aan een stuk kunnen slapen. Maar toch blijft het vermoeiend! Rond 6 uur werden we gewekt voor het ontbijt, en ruim een uur later landde we voor de tussenstop in Luanda, Angola. We hebben niet echt gemerkt dat er veel mensen uit gingen, maar volgens de steward zouden er wel 100 man uitstappen hier. Na een uurtje aan de grond hebben we de laatste twee uur naar Windhoek gevlogen, waar we een half uur te vroeg, om 9:40 landden, Nederlandse tijd 10:40. Het was maar 50 m naar de terminal lopen maar we voelde al gelijk stevig de TIA (“this is Africa”) sfeer: iedereen kwam midden op het asfalt stil te staan omdat er gelijk bij binnenkomst in de piepkleine terminal tegen de douane aangelopen werd, en dat gaat per definitie dus niet snel… Zeker niet als net de enigste twee internationale vluchten van de ochtend samen aankomen en al die paspoorten en immigratie formuliertjes van al die buitenlanders tegelijk verwerkt moeten worden door de twee douane-beambten verantwoordelijk voor buitenlanders… Er stonden daar enorme rijen, en de drie loketten voor regionale nationaliteiten, Namibiërs en diplomaten zaten niets te doen! Uiteindelijk, toen de rij op het asfalt het verkeer van het vliegveld in de weg begon te staan, gingen die andere loketten ook enigszins (als je oplette, want het werd maar halfslachtig aangegeven) open voor de internationale bezoekers. Pffff, toen konden we iets sneller door. Een uur na landing waren we erdoor en konden we op onze bagage wachten. Duidelijk is dit vliegveld eigenlijk te klein voor wat grotere vliegtuigen (zeker als er twee tegelijk aankomen), want de ruimte met de twee bagagebanden stond helemaal vol mensen. Plus de bagage-laders hadden heel hulpvaardig van het andere vliegtuig alvast alle bagage van de band gehaald en lukraak weggezet in de toch al kleine ruimte. Chaos dus! Onze bagage kwam redelijk gauw eraan, en toen konden we doorlopen naar de aankomsthal. We hadden eigenlijk onze bagage nog even moeten laten scannen, maar de vrouw die daar bij stond wuifde ons richting “niets te declareren” toen ze hoorde dat we uit Amsterdam gevlogen waren. Of misschien hadden we juist door de rode “goederen te declareren” gang ernaast gemoeten, dat was niet helemaal duidelijk maar niemand hield ons tegen. Een paar Amerikanen die dachten dat ze die kant op moesten hebben hun koffers open moeten maken! We zouden opgehaald worden door iemand van de autoverhuur, maar ons naambordje zagen we nergens; totdat zijn collega van hetzelfde bedrijf door ons aangesproken werd en hem voor ons ging zoeken in de kluwen ophalers van allerlei hotels, bedrijven, lodges en reisgenootschappen die bij de deuren stonden. Er moesten echter nog 3 anderen met ons ritje mee, en die waren er nog niet, dus Hans en ik hebben alvast Namibische dollars gepind in de chaos van wisselkantoortjes, pinautomaten en hulpvaardige verveelde vliegveldmedewerkers die af en toe iemand een tip gaven hoe ze de pinautomaten moesten doorgronden. Eindelijk konden we weg en de 45 km rijden naar de autoverhuurder. Klokslag 12 uur stapte we er binnen en we reden pas om 14 uur weg, want er was eigenlijk van alles niet in orde: de auto was niet klaar, de gehuurde spullen lagen niet klaar en er ontbraken dingen die we wel gehuurd hadden, en erger nog, de betaling was niet doorgegeven als zijnde betaald! (We huren via een ingewikkelde constructie tussen het bedrijfje waar we straks de bush mee ingaan, het hoofdkantoor van de autoverhuurder in Zuid-Afrika en deze Namibische tak). Pffff! Na heel wat gepraat, gebel over en weer (op zaterdagmiddag waren de mensen die er vanaf wisten niet of nauwelijks te bereiken), reparaties, zoeken naar de gehuurde spullen, demonstraties van de grote speciale hi-lift krik, en tientallen handtekeningen want ieder papiertje moet minimaal twee handtekeningen hebben, konden we eindelijk op pad. Als eerste richting een winkelcentrum voor bliksemsnelle hoognodige boodschappen: 40 liter drinkwater, anti-muggenspiraaltjes, 36 blikjes fris, 6 flessen limoen-limonadesiroop en een pizzabroodje voor de lunch… Toen een tankstation zoeken waar we 113 liter getankt hebben – er kan wel 160 liter in de dubbele dieseltank – en eindelijk, rond 15:15 zaten we dan eindelijk op de weg richting het noorden. Maar veels te laat, we hebben echt flink moeten doorrijden vanwege alle vertragingen, en waren noodgedwongen tegen onze principes in een half uur in het donker te rijden, want de zon ging al om 17:45 onder en we kwamen pas rond 18:15 aan bij onze overnachting. De rit was mooi, al hebben we er door de tijdsdruk en best wel drukke wegen weinig van kunnen genieten: het landschap was heuvelachtig, kaalheid, dor, vol bosjes en hoog gras en kleine gedrongen bomen met daartussen mooie donkerrode rotsen. Echt een oer-landschap. Langs de weg graasden hele volksstammen bavianen en ontelbare wrattenzwijntjes in alle maten van piepkleine biggetjes tot indrukwekkend grote beren, en tegen de avond zagen we ook grote groepen Afrikaanse hoenders, grote zwart-wit gestippelde vogels met een minuscuul brein volgens mij, want het zijn gigantische oenen. Wrattenzwijntjes en bavianen zijn “street-wise”; die grazen tot aan de rand van de weg, maar blijven veilig uit de weg van de auto’s en kijken niet eens op als je toetert. De kleine dikdiks, antilopen ter grote van een middelmaat hondje, staan zenuwachtig trillend “zal ik wel of niet oversteken” maar blijven meestal wel staan. En de Afrikaanse hoenders rennen dus als kippen zonder kop zo onder je auto als je niet oplet! Niet echt leuk rijden voor Hans dus, die heel de rit supergeconcentreerd (en snel) heeft moeten rijden. In het nette hotelletje dat we geboekt hadden in het kleine stadje Outjo was de stroom uitgevallen – met kaarsen, koplampjes en de zaklamp op mobiele telefoons werd alles bijgelicht, terwijl er druk gewerkt werd aan de stoppenkast repareren. Heel de avond is het licht aan en uit gesprongen, waarbij als je snel was je gelijk ook even kon internetten. Gezellig was het wel, iedereen kon er best om lachen. Ook typisch Afrikaans was dat de helft van de menukaart om allerlei redenen niet te bestellen was, en wat je bestelde niet precies werd wat je dacht. Hans en ik zijn overigens de enigste gasten in het hotel! We zijn vandaag in ieder geval noodgedwongen geweest onszelf gelijk helemaal aan te passen aan de “TIA” instelling; je moet wel, als je je niet gek wilt laten maken. Gelukkig viel onze kamer en dus de airco onder een andere stoppengroep, dus we hebben na het eten heerlijk gedoucht, koffie gezet en gerust. Hans lag al om 21:15 doodop te slapen, ik was ook moe maar heb nog even de administratie en het blog bijgewerkt en flink bijgetankt met thee.

13 augustus: Outjo-Ruacana, 453 km
We hebben een goede nachtrust gehad en vanochtend nog een beetje uitgeslapen tot 08:30, toen op ons gemak opgestaan en de tassen ingeruimd. Toen we beneden kwamen stond een bewaker (of in ieder geval een lijzige oudere man met een petje met “security” erop) ons speciaal en waarschijnlijk al uren op te wachten: met een lage stem en binnensmonds met accent vertelde hij dat de stroom nog niet gemaakt was, dus de keuken was verhuisd naar “rzwetsje”… Euh sorry, naar waar? De “rzwetsje”, daar was het ontbijt – en hij wees in een vage richting. Jaja en waar is dat precies? Hij grinnikte en zei toen kom maar, ik loop wel mee naar de “tourist information centre”. Oh hehe ja dat lijkt er precies op ja! Hij bracht ons naar een heel mooi opgezet centre met een caféhoekje waar de vrolijke zwarte uitbaatster van het hotel een tweede keuken had, met cakes, hartige pies, schepijs en maaltijden. Met wat gegrap over en weer bestelde we een ontbijtje en hebben dat buiten in de schaduw van de nog kale jacaranda bomen opgegeten. Een Himba vrouw bedekt met rode oker en gekleed in huiden zwaaide naar ons vanuit haar modderhutje in de binnenplaats van het centre, en de man met het petje ging zich maar nuttig maken en de dames van het centre helpen om de tafels af te ruimen van een trouwfeestje (compleet met witte leren troon) dat tot diep in de ochtend was doorgegaan. We vermoeden dat het dankzij de stroomstoring hier vannacht plaatsgevonden had en gelukkig dus niet in de binnenplaats van ons hotel onder ons raam…! Na het ontbijt zijn we langs een oorlogsmonument en kleine begraafplaats vlakbij gewandeld voor Duitse soldaten van de Herero-oorlogen en de Eerste Wereldoorlog, en daarna naar de beste Duitse bakker van Outjo/Namibië waar we 2 koeken voor de lunch kochten. Toen terug naar het hotel, om de auto in te richten voor we afrekende. We hadden gisteren haast om op pad te zijn, maar vandaag konden we het dus iets beter inrichten: 3 tassen, 2 rugzakjes, de boodschappen (al die 5-literflessen water nemen veel plek in!), 2 dikke opvouwbare matrassen, kussens, dekens, en slaapzakken allemaal op de achterbank, en dan achterin de bakkie nog 4 opklapbare stoeltjes, campingbedjes, en een 4e tas gepropt tussen de 60-liter noodwater tank, de rupsbanden voor zand, de “hi-lift jack” en het koelkastje. De auto zit dus aardig vol, maar wij konden er ook nog in gelukkig! Toen we naar de hotelbalie liepen keek de uitbaatster een beetje verrast, we hadden toch al betaald? Ja, klopt, maar alleen het eten. Ze had ons gerust laten gaan zonder de kamer te betalen, als we het niet gezegd hadden! Eerlijk als we zijn hebben we natuurlijk betaald 🙂 We zijn als eerste naar een oude begraafplaats vol geëmigreerde en hier geboren Duitsers, Nederlanders en Engelsen buiten het stadje gereden, waar we lekker even rondgesnuffeld hebben voor we doorreden richting het noorden. Onderweg zou er, na zo’n 150 km rijden vanuit Outjo, rotstekeningen te zien zijn op een ideale plek en tijd om te lunchen, maar het bleek dat we de sleutel van het hek bij een boerderij 5 km verderop moesten vragen, met bijbehorende gedoe, dus zijn we maar doorgereden naar Kamanjab vlakbij, een klein gehuchtje op een kruising van doorgaande wegen, waar we net buiten de bebouwing een rustig parkeerplekje vonden op een lang geleden verlaten tankstation. Het “uithangbord”, een oude pomp op een opslagtank gebalanceerd, stond er nog! We hadden nog een half pizzabroodje over van gisteren, die nog prima smaakte en echt met zorg gegeten moest worden omdat hij zo vol verse uien, tomaten, ham en chili zat, en toe de koeken uit Outjo, die mierzoet maar heerlijk waren! De laatste 300 km was een kwestie van rustig doorrijden. Het landschap is erg mooi onderweg; glooiende heuvels met oeroude rode, bruine, en zwarte boulders, blond-kleurig droog gras, groene acaciastruiken en -bomen, en andere gedrongen boompjes. Overal staan hoge rode, gele of witte termietenheuvels, afhankelijk van de kleur van de grond, en de “koppies” hier (karakteristieke ronde heuvels of hopen rotsen in het landschap) hebben niet de afgeronde ge-erodeerde stenen van andere delen van Zuidelijk Afrika, maar zijn vaak ook van scherpe zaagtand-rotsen gemaakt. Erg mooi. En de weg, een verrassend goede 2-baans asfaltweg, sneed als een zwarte streep kaarsrecht door het landschap. Zo eentonig dat het mooi wordt! We zijn nog niet echt in dierenkijk-modus merken we, want we reden vandaag straal langs twee olifanten, een struisvogel en een grondeekhoorn omdat we zaten te suffen en dus alleen maar een glimp ervan oppikte! Dat moet weer even wennen, het idee dat je dieren in het wild kunt tegenkomen. Rond 16:30 zei de routeplanner dat we aangekomen waren bij onze overnachting, maar we zagen niets! Na iets doorrijden vonden we een bord met daarop de naam van onze overnachting, voor een behoorlijk stevig gesloten hek van een terrein vol vakantiebungalows. We hebben een rondje gereden want soms vind je in Afrika de receptie heel ergens anders, maar eindigde toch weer bij het gesloten hek. Dus maar even het nummer bellen in de papieren van onze booking.com reservering… Een dame kwam al gauw onze kant op; ze was helemaal van slag, we waren al het vierde koppel dit jaar die geboekt hadden terwijl ze eigenlijk geen plek had, een misverstand tussen booking.com en haar want booking.com bevestigde kamers die zij juist al lang geblokkeerd had! Ze belde de buren op, toevallig de lodge waar we morgen de groep ontmoeten, en die hadden nog plek, want anders hadden we bij haar moeten slapen vannacht, ze zou niet rusten zonder ons van onderdak te voorzien. Na haar overtuigd te hebben dat we het helemaal snapte en echt niet erg vonden en ze gewoon lekker boos op booking.com moest worden zijn we naar de lodge gereden, waar we, na de eenvoudige bungalows bekeken te hebben, besloten onszelf, tegen ons budget in, voor 15 euro extra te upgraden naar een nette kamer. We kregen kamer 4 van het zo te zien nog volle sleutelbord. Alleen de boiler deed het niet in die kamer volgens de receptioniste. We zouden kunnen douchen in de lege kamer 6 ernaast. Euh, dan geef je ons toch gewoon kamer 6? Nee dat kon niet. En hoe het nou precies zat snapte we niet want de twee kamers deelde wel dezelfde boiler… Maar ze zou vragen of iemand kamer 6 open kon maken zodat we er zouden kunnen douchen. Zucht, prima wat jij wilt waarom niet het is tenslotte Afrika. Vlak voor we om 18:15 gingen eten heeft Hans het water (in onze kamer 4 dus) lang laten doorlopen, en het warme water deed het gelukkig! Pffff. Tijdens het eten hebben we stiekem gelachen en genoten van het rondkijken; een echtpaar bestelde een fles wijn. Eerst kwam de fles. Minuten later de glazen. En weer minuten later pas de kurkentrekker! Heerlijk… En zo ging het met alles. Terug op onze kamer hebben we prima (en warm!) gedoucht, en koffie gedronken voor het bedtijd was.

14 augustus: Ruacana-Epupa Falls,
Vanochtend zijn we rond 9 uur gaan ontbijten, en al zou het ontbijt tot 10 uur duren, alles van het buffet was al op en niets werd bijgevuld tot we er specifiek om vroegen en naar wezen – en dan ook maar een ding tegelijkertijd. Er stond een heel ontbijtgranenbuffet maar geen melk, enzovoorts… De bestelde eitjes waren weliswaar precies zoals we ze besteld hadden, maar steenkoud; duidelijk als eerste gebakken en alvast op de koude borden gelegd terwijl het spek gebakken werd… Zucht, het gaat echt weer lekker. Je balanceert op een fijne lijn tussen irritatie en vermaak, maar zo is het hier nu eenmaal. Het ene gebied en de ene locatie wat meer dan de andere, maar het is niet voor niets dat ze zeggen dat je óf verslaafd raakt aan Afrika óf het haat – en dat laatste dus als je dit soort dingen niet over je heen kunt laten gaan. Wij genieten van het landschap, de vrijheid, de dieren en het reizen en proberen zo “zen” mogelijk te zijn over dit soort dingen – en ze van ons af te schrijven! Om 10 uur hebben we betaald en uitgecheckt, de auto weer vol getankt bij een tankstation vlakbij en terug gereden naar de lodge waar we ons in de grote leren fauteuils onder een afdakje tegenover het restaurantje geïnstalleerd hebben om de tijd uit te zitten tot 13:30, wanneer we de groep en de begeleiding zouden ontmoeten. Langzaam aan druppelde iedereen binnen, en rond 11:45 hadden we al 3 andere stellen ontmoet.

De bijgevoegde foto is van de koningin van Namibië (of toch in ieder geval eventjes van de tourist information centre in Outjo :-))

Groetjes,
Hans en Jooske

4 thoughts on “Namibië Zambia Malawi 1: Ruacana

  1. Ja, weer echt welkom in Afrika waar je het nodige geduld moet hebben!
    Aan avontuur geen gebrek en maar goed dat jullie zo goed kunnen relativeren.
    Mooie zetel met Jooske als koninging van Namibië,
    heel comfortabel lijkt me.
    Natuurlijk weer heel benieuwd naar de volgende verhalen!
    Nog heel mooie reis en geniet ze!!

  2. ik zou zo mee willen. Hoor tot de groep die dol is op Afrika, ondanks de ongemakken. Heel veel plezier.!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *