Namibië Zambia Malawi 4: Marble Camp

Beste iedereen,

We schrijven iedere dag een stukje en versturen het naar het blog als we wifi hebben.

14 augustus: Ruacana-Kunene River, 73 km
Om 12:30 maakte onze gids kennis met ons en is iedereen naar het parkeerterrein gegaan om de radio’s in ontvangst te nemen. Geen walkie-talkie zoals anders, maar heuse radio’s met een antenne-magneet voor boven op het dak! Zodat we zelfs op lange afstanden contact kunnen blijven houden met elkaar – als we rijden kunnen er wel enkele kilometers vallen tussen de gids voorop en de laatste auto. Iedereen had al getankt, dus om 13:30 konden we vertrekken. Er zijn zeven auto’s, met 14 volwassenen en twee kinderen, en natuurlijk nog de auto van de gids. Er is nog een tweede volgauto, met de rest van de bemanning, maar die waren al vooruit gegaan. We zijn als eerste naar Ruacana Falls gegaan, een hoefijzer-waterval die nu praktisch droog was maar waarvan je kon zien dat hij in het natte seizoen spectaculair mooi moest zijn. Iedereen heeft zijn banden een beetje leeg laten lopen want vanaf de waterval zouden we van asfaltweg gauw overgaan naar gravel en zand, en zachtere banden geven meer grip en zijn iets minder gevoelig voor gaatjes. De waterval lag op de grens met Angola en vanuit daar hebben we over stoffige zandwegen langs de Kunene Rivier gereden, die hier de grens met Angola vormt. Meestal zagen we echter niets van de rivier, want reden we door paarsbruine of oker-kleurige heuvels op zandwegen met wolken fijn stof dat opstoof als je langs reed. Kun je nagaan met 8 auto’s! Hans en ik zaten als laatste in het konvooi, niet onze favoriete plek, mede ook vanwege die wolken stof; je voorganger kan geremd hebben en je zult er niets van kunnen zien tot het zakt (of je er bovenop rijdt). Maar de konvooi is flexibel en je plekje wordt bepaald door waar je je op het moment van vertrek bevindt dus niemand zit ooit lang achterin tenzij hij dat wil. Soms vingen we een glimp op van de mooie blauw-groene rivier, en twee keer moesten we zelf een stroompje oversteken. We zagen al enkele Himba vrouwen, van top tot teen ingesmeerd met rode oker, met leren schortjes voor de schoot en billen, hun haar in lange vlechten ingesmeerd met rode klei, met een soort hoofddekseltje bovenop het hoofd van leer, topless en met een trotse uitstraling. Om 15:30 kwamen we aan bij Kunene River Camp, een prachtige campsite pal naast het water, vol schaduwrijke bananenbomen, palmen, bamboe en grote grillige woudreuzen. Iedereen werd naar zijn plekje gemanoeuvreerd, en eenmaal geïnstalleerd en onze camping bedjes met beddengoed in de tent gezet hebbende konden we een kopje thee gaan halen bij het kampvuur en kennis maken met de rest van de bemanning. Er reizen naast de gids drie man mee die koken, afwassen en onze tenten opzetten en neerhalen. Geleidelijk aan kwam iedereen zich installeren bij het kampvuur en raakte we aan de praat met een Zuid-Afrikaan die vroeg of we een bepaalde stad kende in Nederland. Jazeker, daar is Hans geboren en getogen! En we wonen er nog altijd vlakbij! Ja en hij deed vroeger veel importeren van een bepaald bedrijf… Jeetje wat een toeval daar werk ik meestal! Wat een ongelofelijk toeval! Later in het gesprek bleken we ook nog eens een gezamenlijke reis-kennis te hebben hier in Zuid-Afrika. Het kon niet op! Rond 18 uur gaf de gids een welkomstpraatje, en het bleek dat Hans en ik de veteranen zijn voor dit reisbedrijf; dit is onze 7e tocht met ze, en niemand kon daaraan tippen hoewel het bedrijf veel trouwe terugkerende klanten heeft en veel koppels in ieder geval een of twee tochten al gedaan had met ze. Rond zonsondergang vloog er een hele zwerm kleine kwettervogels druk in en uit een boom vlakbij ons, en hebben nog een kwartiertje tussen de takken druk en luid zitten kwetteren naar elkaar voor ze in slaap vielen. Het eten rond 19 uur was eenvoudig maar lekker: gebarbequede lamskoteletten met maïskolven, lekkere salade en potjiebrood (heerlijk kleffig vast brood in een gietijzeren pot in de kolen van het vuur gemaakt). Toe chocolaatjes. Om 20:15 taaide iedereen af, wij hielden het nog uit tot 20:30 maar lagen ook al heel gauw op bed, lekker met de flappen van de tent open zodat de koele nachtlucht en het briesje van de rivier door de tent konden waaien!

15 augustus: Kunene River-Epupa Falls, 97 km
Het is natuurlijk nog even wennen maar op zich hebben we niet slecht geslapen. Om 5:45 begonnen de kwettervogels weer, even een minuutje om elkaar (en ons) wakker te maken voor ze uitvlogen. We waren al een beetje wakker maar zijn dus ook maar opgestaan en hebben onze spullen uit de tent geruimd voor we ons rond 6:30 bij het kampvuur installeerde met thee en wat ze “rusk” noemen: keihard gebakken koekjes met, als je geluk hebt, wat rozijntjes en zo erin. Ze zijn heel licht zoetig en vooral bedoeld om in je thee of koffie te dopen als een eenvoudige lichte opkikker sochtends. Het echte ontbijt was om 7 uur klaar, pap in een gietijzeren pot gemaakt en toast van het potjiebrood geroosterd op de kolen. Hans en ik nemen altijd een kilozak zoete zachte drop mee voor de bemanning en ze waren er ook dit keer erg blij mee – de meeste Zuid-Afrikanen kennen het wel en lusten het graag. Om 8 uur vertrokken we voor een mooie rit over soms steile wegen, en allemaal zand en gravel. Eerst stopte we bij de 100-jarige ruïnes van sommige Voortrekkers, blanken die kriskras door Zuidelijk Afrika trokken op zoek naar goede plekken om een bestaan op te bouwen. Deze waren overgestoken naar Angola maar de meeste waren uiteindelijk terug gekomen omdat de omstandigheden daar slechter waren. Toen door langs de Kunene rivier, waar we vandaag veel langs gereden hebben. Het landschap is geel, wit, oker-kleurige en paarsbruine rots met kleine gedrongen bomen en struiken, taai gras, stoffig en rotsachtig onherbergzaam. En dwars daar doorheen loopt de blauw-groene rivier te glinsteren met hoge palmen en grote groene bomen en struiken ernaast! Kijk je links zie je droge rotswoestijn, kijk je rechts zie je vruchtbare oase. Heel apart! De weg was een witte stoffige streep dwars door het landschap, alsof ze met een kaasrasp het bovenste laagje begroeiing eraf geschraapt hebben (dat is ook ongeveer hoe ze wegen maken hier…). Soms gemakkelijk te rijden, soms heel steil. De auto van de gids (vandaag zaten we voorin de konvooi) was zo zwaar beladen dat je kon zien dat hij worstelde om de hellingen op te komen! Wij hebben het geluk dat we relatief licht beladen zijn. Rond lunchtijd ging de gids op zoek naar een schaduwrijke plek aan het water, waardoor we een halve kilometer in diep mul zand van een droge rivierbedding reden en de helft van de auto’s worstelde om vooruit te komen. Hans kreeg de tip om niet te vechten met de auto maar hem zelf de route te laten zoeken, zodat je in de sporen van anderen blijft. Best een raar gezicht voor mij en raar gevoel voor hem om het stuur helemaal los te laten, en alleen vast te pakken om licht te corrigeren! Maar het werkte inderdaad best goed. De eerste plek was niets dus moesten we weer terug door het zand worstelen, maar iets verderop werd een mooi plekje gevonden onder wat grote bomen aan het water. Een klaptafeltje werd opgezet, kleedje erover en brood en beleg werd klaargezet voor een eenvoudige lunch. Toen weer door, de laatste 10 km naar ons kamp, Omarunga Camp, aan de Kunene Rivier en praktisch naast de Epupa Falls. Een kleine oase van palmbomen vol groene parkietjes met roze wangetjes, tortelduifjes en nog allerlei andere vogels. En je kon het gebulder van de waterval op de achtergrond horen. Hans en ik hebben onze spullen in de tent opgezet en zijn even in het verrassend koude zwembadje geplonst om af te koelen en schoon te spoelen van al dat stof en de hitte van vandaag. Heerlijk! Daarna even douchen en rusten, voor we een korte wandeling gemaakt hebben naar een uitzichtpunt op de watervallen. Ondanks het lage water was de waterval nog altijd erg mooi, een diepe kloof in de rotsen gesneden met allerlei niveautjes, maar haast even mooi vonden we een grote baobab boom op een grote rots gebalanceerd. Tot we zagen dat de rots ook de baobab was! Hij was van onderen helemaal uitgedijd en ging daarna normaal omhoog door, apart om te zien. Terug in het kamp hebben we onszelf met een blikje fris geïnstalleerd in onze klapstoelen met uitzicht op de veldkeuken, en constant verplaatst om uit de brandende zon te blijven. Het avondeten was erg lekker; een eenvoudige maar goed gevulde en smaakvolle stoofschotel van varkensvlees, groente, kruiden en specerijen, zoete aardappelen in aluminiumfolie geroosterd in de kolen, rijst, potjiebrood, en salade. Rond 20 uur was de helft naar bed gegaan en wij waren ook moe maar we vonden het nog een beetje erg vroeg, dus de gids gooide nog wat hout op het vuur en met z’n 7’en (gids en 3 stellen) hebben we het nog uitgezongen tot 21:30. Toen viel iedereen echt in slaap! Nu het kamp stilgeworden was hoorde je pas goed het gebulder van de waterval, en tussen de palmbladeren door zagen we vele sterren. Op een open stukje onderweg naar de toiletten zagen we zelfs al de melkweg, en dat terwijl er hier nog wel wat licht van andere kampeerders is. Mooi!

16 augustus: Epupa Falls, 16 km
We blijven hier nog een nacht dus vanochtend was een rustige opstart want alles kon in de tent blijven. Klokslag 6 uur begonnen de vogels te zingen en actief te worden, en geleidelijk aan werden ook de mensen actief. Wij zijn nog tot iets voor 7 uur in bed gebleven. Het is overdag bloedheet maar koelt savonds snel af – de Zuid-Afrikanen trekken dan savonds en sochtends fleeces en jassen aan want ze hebben het koud, maar wij vinden het juist wel lekker fris! Om 8:30 vertrokken we voor een kort ritje naar een nabijgelegen Himba dorpje, van een chief, zijn ongetrouwde zus, zijn 3 vrouwen en hun kinderen. De Himba wassen zich niet (in ieder geval de vrouwen niet) en smeren zichzelf in plaats daarvan iedere dag in met rode oker en schrapen dat er aan het einde van de dag weer af, en zichzelf en hun kleding frissen ze op met een geparfumeerd rookbad van een vuurtje van speciale planten en kruiden. Ook doen de vrouwen hun lange haar (of zoals tegenwoordig, zelfs weleens haar-extensies!) vlechten en de vlechten bedekken met rode oker klei maar de uiteindes los laten pluizen, een heel apart maar toch ook wel statig gezicht. Zeker met de vele kettingen, armbanden en enkelbanden die ze dragen, en de leren schortjes voor en achter, bedekt met kralen en leren stiksels, die ver hun enige kleding vormt los van misschien een omslagdoek of zo als ze het koud hebben. De kinderen en mannen dragen twee doeken in een band om hun middel gestopt, soms ook een T-shirt. Onze gids had een lokale gids geregeld, die als eerste naar de chief van het dorpje ging om te vertellen dat we ze wilde bezoeken en wat voor eten we bij ons hadden voor ze. Toen dat goedgekeurd was, mochten we hem en zijn eerste vrouw een handje geven en vrij door het dorpje van hutjes van takken ingesmeerd met leem te wandelen. Uiteindelijk hebben we als groep voor omgerekend zo’n 32 euro aan voedsel voor ze meegebracht (bijvoorbeeld bloem, suiker, rijst en olie). De kleine kinderen waren heel nieuwsgierig en vrij en kwamen net zo geïnteresseerd naar ons kijken als wij naar hun, de vrouwen keken trots dwars door ons heen maar zochten soms toch ook opeens contact, en de chief zat met zijn bolle blote buik trots grinnikend in de schaduw van zijn boompje toe te kijken. Hij had een mobiele telefoon volgens de lokale gids, en we zagen een vrouw met een digitaal horloge, en dat was verder alle zichtbare tekens van de 21e eeuw. Het was echt heel bijzonder om zo rond te mogen lopen en alles uitgelegd en aangewezen te krijgen. Rond 10:30 waren we terug in het kamp, waar we een lekkere brunch kregen van eitjes met spek, en even konden douchen en rusten tot 13:45. Toen gingen Hans en ik en drie andere volwassenen en de twee kinderen in onze auto’s naar een dichtbij gelegen kamp, om te gaan raften. Daar kregen we helmen en zwemvesten en werden we in drie gamedrive auto’s gepropt (het was druk! Ons clubje, Fransen, Italianen, Nederlanders, misschien wel 30 man!) om gebracht te worden naar onze picknickplek van gisteren. Daar kregen we een hele korte uitleg over hoe je moest raften (dit is je rubberboot, dat is het water, daar zijn je roeispanen, er zitten nijlkrokodillen in het water en ga niet te dicht bij de waterval), en kon iedereen te water gaan, in een heleboel 2-persoons rubberbootjes en twee wat grotere rubberbootjes voor 8 man ieder. We hebben in zo’n 2 uur tijd ongeveer 5 km de rivier afgezakt terug naar het beginpunt, onderweg 4 stroomversnellingen gehad waarbij we in het bootje konden blijven, 2 nijlkrokodillen gezien, een broodnodige rustpauze gehouden op een eilandje aan de Angolese kant, en vooral heel veel gestunteld om het bootje te besturen. Wat is dat moeilijk! En zwaar! Pfffff. Maar het was best leuk en we hadden het nog nooit gedaan dus kunnen nu qua zwaarte wel zeggen dat die meerdaagse kayak-reis die we weleens bekeken hebben in Noord-Amerika toch echt wel te zwaar is voor ons! Na 17 uur zijn we doorweekt (de raft-gids spetterende iedereen constant kletsnat) in de auto gestapt en naar een mooi uitzichtspunt gereden over Epupa Falls, om bij de ondergaande zon met de hele groep een blikje te drinken voor we rond 18 uur terug naar het kamp gingen om een beetje rond te hangen tot etenstijd. Het ging keihard waaien waardoor een paar van de grote en zware palmbladeren naar beneden vielen, op onze tenten, maar gelukkig kunnen ze een stootje hebben! De wind was erg warm en ging gelukkig tijdens het eten liggen. Als toetje hebben Hans en ik stroopwafels getrakteerd, die werden erg gewaardeerd door iedereen, en al begonnen we behoorlijk stijf te worden (Hans helemaal, zijn rug had in de laatste rapid een flinke tik gekregen), we hebben het volgehouden tot 21:15 voor we doodop naar bed gingen. Hoezo rustdag! Pfffff!

17 augustus: Epupa Falls-Van Zyl’s Pass, 144 km
Het was weer een vroege start vandaag en iedereen is al helemaal in het ritme van alles opruimen voor het ontbijt zodat de bemanning tijdens het ontbijt de tenten kunnen opbergen en we vlot kunnen vertrekken. Vandaag hebben we gereden naar de voet van de beruchte en beroemde Van Zyl’s Pass, een van of misschien wel de zwaarste 4WD bergpas in Zuidelijk Afrika. De eerste 75 km reden we ieder voor zich naar het kleine dorpje Okangwati, waar iedereen elkaar zou ontmoeten. Overigens hebben we sinds vertrek uit Ruacana een paar dagen geleden geen asfalt meer gezien! Alles is op zijn best harde gravel of fijn zand, en vandaag werd de conditie van de weg heel gauw heel slecht. Dat merkte je aan de tijd die je er over deed. Over de eerste 75 km van vandaag deden we 5 kwartier. De volgende 35 km deden we 2 uur over, en de laatste 35 km reden we 4 uur over! In Okangwati zijn we tijdens het wachten op de rest even het lokale “supermarktje” binnengestapt: altijd leuk om te zien, dingen zoals 10-kilo zakken bruine suiker of 50-kilo zakken meel. Of tubes “proteïne meststof” voor je haar! Toen iedereen bij elkaar was in het dorpje hebben we in zo’n 2 uur tijd 35 km gereden over zware onregelmatige zandwegen met gaten, zonken, bobbels en stenen erin, naar een rivierbedding met prachtige schaduwrijke grote woudreuzen erin. Daar werd de tafel voor de lunch opgezet en hebben we een klein uurtje gerelaxed terwijl om ons heen de mooie bruin-zwart-wit gemêleerde koeien met grote horens luid en jammerend loeide om hun kalfjes bij zich te roepen. De laatste 35 km gingen we een beetje de bergen in en die was het zwaarste, daar deden we 4 uur over. We hobbelde en bobbelde over rotsen, zand, schuine kanten en gaten, we slingerde door het landschap en de auto’s en de chauffeurs moesten hard werken. Af en toe maakte de auto flinke klappen als ze hard op de ondergrond terecht kwamen, daarom zijn de kwetsbare onderdelen aan de onderkant met stalen platen beschermd. Maar Hans en ik hoorde bij een lastige rotsachtige afdaling met nog 10 km te gaan tot het kamp een knal toen de auto ongelukkig terecht kwam en daarna opeens een raar geluid onder de auto. De stalen plaat aan de voorkant die de radiator buizen en voorwielas onder de auto beschermt was door eerdere huurders al flink mishandeld en gedeukt (maar daar is hij ook wel voor) en nu kreeg hij de genadeklap: er waren al 3 van de 4 bouten weg en nu sleepte de gehavende plaat nog maar aan een bout bevestigd over de ondergrond. Iedereen stopte en met wat van onze tiewraps die we altijd meenemen hebben we de plaat er weer een beetje onder bevestigd in de hoop dat we het tot aan het kamp zouden redden. Binnen een kilometer hoorde we weer hetzelfde geluid, toen haalde de gids uit zijn gereedschapskist twee gigantische tiewraps, daarmee konden we nog een kilometer of wat rijden. Toen kwam iemand met een stuk ijzerdraad aanzetten, dat hielp 2 km, maar we waren er nog steeds niet! Ik haalde onze waslijn tevoorschijn, gewoon een lang stuk polyester touw dat ik op het laatst in de tas gegooid had zo van misschien is dat handig, en we sneden een stukje af – daarmee kwamen we wonder boven wonder nog eens 3 km, en met een tweede stukje touw haalde we rond 17 uur het kamp, heel mooi gelegen aan een droge zandrivierbedding met grote schaduwrijke bomen, aan de voet van Van Zyl’s Pass. De gids en Hans hebben tot 18:45 onder de voorkant van de auto gelegen om de plaat los te krijgen (de bout was niet te bereiken dus uiteindelijk heeft hij hem doorgezaagd), de plaat weer terug in vorm te hameren, en weer terug te bevestigen. Ze konden twee bouten bevestigen maar het was inmiddels donker en de achterste twee waren zo lastig dat ze stopte en we om 19 uur gingen eten. Iedereen was moe, en na een zware tweede helft van de rit waren we toch een beetje benieuwd en bang hoe het morgen zou gaan, want dat zou nog zwaarder rijden worden!

18 augustus: Van Zyl’s Pass-Mariënfluss, 76 km
Ik ben vannacht constant eruit geweest want ik voelde me beroerd, moest overgeven en uiteindelijk kreeg ik ook diarree. Ik had geen tijd om de wc’s te bereiken, dus heb alles gedaan bij een grote boom op 3 meter van de tent vandaan. Niet dat het zo fijn was geweest voor mijn medereizigers als ik wel gewoon netjes de wc had gebruikt, dit is namelijk een campsite die door de lokale bevolking beheerd wordt en daarom zijn de wc’s stuk en trekken niet door, is er nauwelijks water voor de douches, enzovoorts. De gids beschouwt het dus ook als een bushcamp, een plek zonder voorzieningen. Onder de boom overgeven en naar de wc gaan was verreweg het meest frisse wat ik had kunnen doen, dat kon namelijk allemaal met zand bedekt worden. Sochtends vroeg stonden we om 6 uur op en stond al gauw de gids met een jongen van de crew bij onze auto om verder te werken aan de plaat. Ze hebben uiteindelijk 3 bouten en een stuk ijzerdraad gebruikt en de plaat ziet er nu beter uit dan toen we de auto ophaalde! Ik kon geen ontbijt eten en heb uit onze reisapotheek een anti-braak tabletje en 2 immodiums genomen om alles hopelijk een beetje onder controle te houden vandaag. Pffff ik voelde me nog behoorlijk beroerd! Om bij onze tenten te komen gisteren had iedereen door de droge rivierbedding gereden, maar vanochtend was er opeens op nog geen halve meter afstand van de sporen van een auto een sinkhole, een gat, van zeker een halve meter breed en diep ontstaan! Een zwakte in de ondergrond, maar onzichtbaar omdat er een dunne korst zand overheen had gezeten, en nu zichtbaar geworden vanwege de trillingen van de auto’s die er vlakbij gereden hadden. Die ene auto was goed weggekomen dus, anders was geheid zijn vooras gebroken als hij er door gereden had! Het plan voor vandaag was om de 11 km van Van Zyl’s Pass zelf in de ochtend te rijden, eenmaal aan de andere kant ervan te lunchen, en dan nog 65 km naar ons volgende kamp te rijden. We vertrokken om 8 uur en waren om 11:30 aan de andere kant, we hadden dus 3,5 uur over 11 km gedaan! Wat een ervaring… Echt ongelooflijk en onbeschrijfelijk, we wisten niet dat auto’s over zulk terrein konden rijden! Van de 11 km was het merendeel “normaal” zwaar rots- en zandrijden, waar Hans op zich al wel wat ervaring mee heeft, en in ieder geval de afgelopen dagen gewend geraakt is aan wegen waar we vroeger nooit op zouden rijden. Weggetjes die niet meer zijn dan een bospad, en zo bochtig en steil dat je soms bovenaan het heuveltje niet voorbij de motorkap kunt zien wat er onder zit qua weg of welke kant je op moet! Maar er waren drie afdalingen in het bijzonder die echt onbeschrijfelijk waren. Er is een gentleman’s agreement dat Van Zyl’s Pass maar in één richting gereden wordt, met de zwaarste delen dus bergafwaarts. De eerste die we tegenkwamen was een steile stenen plaat waar we af moesten rijden, ongelofelijk het leek ons onmogelijk! Bij deze beruchte punten (met veel adviezen en uitroeptekens op de kaart aangegeven) stap je uit om te kijken hoe de “weg” eruit ziet en hoe je het moet rijden. De groep gaat dan een voor een naar beneden, begeleid door de gids die voor je uitloopt en wijst waar je moet rijden. Je rijdt echt langzamer dan stapvoets naar beneden, in de laagste 4WD versnelling die de auto heeft. De vrouwen stapten allemaal uit om de auto’s te filmen en fotograferen, terwijl de mannen overlegde en tips kregen van de gids afhankelijk van hun auto (sommige zijn hoger of breder of moeilijker te draaien dan anderen). Hans kwam zo te zien heel gemakkelijk beneden, en zei dat het tot zijn verbazing best gemakkelijk ging! Pffff. Een paar kilometer verderop kwamen we bij uitdaging nummer twee. Oef, daar was nummer één niets bij vergeleken! Dit stuk was een soort grote stenen trap, daar kan toch geen auto afrijden zonder vast te raken? Maar met de begeleiding van de gids en stapvoets een voor een ging het eigenlijk best soepel, ongelofelijk! Ondertussen was het landschap trouwens prachtig mooi, ruige bergen om ons heen, rode en oker-kleurige rotsen, mooie valleien, grillige bomen, echt heel mooi. Na zo’n 8 km kwamen we bij een mooi uitzichtspunt waar we uitzicht hadden op de mooie ruige rotsbergen waar we nu doorheen reden, en verderop een platte vallei, een soort savanne-achtig landschap. Na een groepsfoto reden we door, we hadden nog een paar km en nog een uitdaging te gaan. Het mooiste/ergste/moeilijkste moest namelijk nog komen, de afdaling die je op google afbeeldingen ziet als je googlet op Van Zyl’s Pass… (Je kunt filmpjes op YouTube zien). We stapte zoals steeds uit, liepen naar de rand om te kijken en iedereen moest slikken. Hier zouden we nooit af kunnen komen! Wow… Pure steile rotswand, bochten, gaten, spleten, grote rotsblokken, dit was geen “weg” meer maar gewoon pure rotswand! Zelfs de meest ervaren 4WD enthousiastelingen werden een beetje bleek. Dit was waarom Van Zyl’s Pass berucht was! Je kon het zelfs amper lopen! De gids reed als eerste naar beneden, begeleid door een van de Zuid-Afrikanen, en zijn auto stuiterde zo angstaanjagend dat ik en de vrouwen die onderaan stonden om te filmen en fotograferen ervan overtuigd waren dat de auto óf zou breken, óf om zou slaan óf van de helling af zou donderen. Maar hij kwam heelhuids beneden en de gids liep terug naar boven om de rest naar beneden te leiden. Één voor één reden de mannen praktisch de afgrond in, en wonder boven wonder kwamen ze allemaal goed beneden! Sommige auto’s hotste en botste wat meer dan anderen, schraapte over de rotsen of maakte angstaanjagende geluiden, maar er was uiteindelijk alleen maar één achterspatbord van iemand zijn auto een beetje losgekomen. En het filmpje van Hans zijn afdaling doet de ervaring geen recht aan, want hij reed haast soepel en probleemloos naar beneden, dankzij de aanwijzingen van de gids en zijn eigen rijervaring! Hij had het eigenlijk zelfs wel leuk gevonden om te doen, wat een ongelofelijke ervaring! De rest van de afdaling was nog altijd lastig, maar niets meer vergeleken met dit, en al gauw reden we de berg af en de vlakte in. Daar lag een grote stapel stenen met namen en datums van mensen die Van Zyl’s Pass gedaan hadden, dus Hans en ik hebben er ook een steen beschreven en bijgelegd. Ondertussen zette de gids de lunch klaar en kon iedereen even relaxen. Het was een hele moeilijke rit geweest maar wat een ervaring! Na de lunch zijn we op ons gemak 65 km gereden door een prachtig landschap van goudgeel gras-savanne, rood zand, kleine individuele boompjes en in de verte de rotsachtige bergen waar we net uitgekomen waren. Echt heel mooi, typisch een Afrikaans landschap. Ons kamp lag weer aan de Kunene Rivier, met grote bomen voor de schaduw en veel verschillende vogeltjes. Iedereen kon ’s middags relaxen en bijkomen van de ervaring, Hans en ik zijn gelijk gaan douchen, en zitten ons er nog steeds over te verbazen dat we gereden hebben waar we vandaag gereden hebben! Bij het avondeten is er uitgebreid nagepraat over de rit, en vertelde de gids een paar mooie verhalen van horror-ervaringen op de Pass, het kan namelijk ook zeker mis gaan! Er wordt in de groep iedere dag een neushoorn-pop doorgegeven aan iemand die die dag iets geks of doms gedaan heeft, een ludiek iets met een flinke korrel zout. Wij waren al heel de week kandidaten voor “Rex”, met een auto die wel 6 keer piept als je de deur opent, die stalen plaat, van alles. Vandaag kregen we hem dan eindelijk omdat we, zoals het vorige slachtoffer die hem door moest geven zei, hem ingehaald hadden op de grasvlakte en tijdens het inhalen zelfs zo brutaal waren om te zwaaien! Grappig, maar nu moeten wij morgen een slachtoffer zoeken…

19 augustus: Mariënfluss, 10 km
Vandaag is een beetje een rustdag want we blijven op deze plek. Ontbijt was wat later, om 7:30, en iedereen heeft vandaag in de schaduw gehangen en gerelaxed. Sommigen hebben hun auto schoongemaakt, anderen een klein wandelingetje, Hans heeft lekker zitten lezen en we zijn even naar het water gewandeld. In de rivier hield een krokodil een oogje op ons, en verdween onder water toen we te dichtbij kwamen. De meisjes, die net daarvoor aan de oever stenen aan het rapen waren geweest, waren best onder de indruk. Het is tot daar aan toe dat je ouders zeggen dat er krokodillen zijn, maar dat iemand er ook echt een foto van eentje heeft, maakt het opeens echt! Om 11:30 kregen we gebakken eitjes met spek als brunch (de eieren moeten op, want morgen rijden we een hele dag over wasbord-zandwegen, en anders worden ze omelet!), en toen kon iedereen nog een paar uurtjes relaxen. Hans heeft nog wat gelezen en we hebben allebei een beetje gedut in de schaduw. Het is warm, woestijnachtig-droog, maar er is een lekkere harde wind en dan is het in de schaduw goed te doen. Alleen alles wordt vreselijk stoffig! Om 15:30 hebben we een kort stukje gereden door een prachtig landschap van ruige rotsen en bergen in allerlei kleuren bruin en rood, een mooie vallei met groene bomen en grote verweerde rode granieten boulders, naar een uitzichtspunt waar we op een richel parkeerde en wandelde naar een bron verscholen tussen allerlei grote rode granieten boulders in de vallei. Daar was een kleine poel waar het water kletterend tussen de spekgladde rotsen vandaan kwam en sommige mensen even in gepoedeld hebben, Hans ook. Hij gleed uit omdat het enorm glad was maar lijkt er gelukkig geen blijvende schade aan over gehouden te hebben. Toen reden we verder naar een prachtig uitzichtspunt over de rivier, de vallei en omringd door de bergen. Daar hebben we de stoeltjes weggezet om te genieten van het uitzicht en de zonsondergang voor iedereen rond 18 uur in de schemer terug naar het kamp reed. Tijdens het avondeten deed Hans “Rex” doorgeven aan iemand die vandaag een jerrycan niet open kreeg omdat hij het veiligheidspalletje niet losgemaakt had. We hebben lang nagekletst met een koppel en zijn om 21:30 moe in bed gerold.

20 augustus: Mariënfluss-Marble Camp, 95 km
We hadden niet ver te rijden vandaag dus ontbijt was pas om 7:30, en vertrek om 8:30. Eerst reden we naar een lokaal winkeltje vlakbij; een piepkleine stenen hut van een paar vierkante meter groot waar een verrassend groot assortiment te vinden was aan basisdingen zoals bloem en suiker, en snoep en drank. De vader van de twee meisjes heeft flink koekjes, cola en chips ingekocht want ze hebben de eetlust van een troep hongerige wolven, en al met al heeft de eigenaresse hele goeie zaken gedaan vermoed ik want er werden toch ook nog best wel wat flessen water en six-packs bier verkocht aan de groep. Toen hebben we met veel fotostops heel rustig door het Mariënfluss landschap gereden. Eindeloze vlaktes goudgeel gras en rood zand, daarin contrastrijke vlekjes van groene boompjes en alles omlijst met richel na richel bruine steile rotsbergen, echt prachtig mooi! We hadden het gevoel dat we niet genoeg konden kijken om het in ons op te nemen. Het zand begon tijdens het rijden geleidelijk aan de overhand te krijgen op het gras, de rotsen en bergen werden nog rotsiger, de bomen gedrongen en kaler, en de weg weer slechter. Lagen steen staken op onmogelijke hoeken uit de grond en bergen, en verweerde in duizenden stukjes. We reden er regelmatig zelfs op. Naarmate we meer de bergen terug in reden reden we ook steeds vaker door vlaktes van wit en roze kwarts, heel mooi en apart, sommige blokken waren wel een halve meter groot. Rond lunchtijd kwamen we bij “Rooi Drum” oftewel Red Drum oftewel rode (olie)drum. Een oriëntatiepunt in het landschap, letterlijk niet meer dan een rode oliedrum, dat tegenwoordig niet meer op kaarten gezet wordt omdat reizigers begonnen te denken dat het een plaatsje was waar ze konden tanken! Dit zou onze lunchplek moeten zijn maar de enige grote schaduwrijke bomen waren al bezet door 6-7 andere auto’s (het is verrassend druk op deze route vandaag!) dus we hebben nog een uurtje doorgereden tot een zanderige rivierbedding met wat grotere bomen, waar de meisjes (en ik) lol hadden in het zoeken naar bijzonder gekleurde stenen, er lag namelijk veel wit en roze kwarts, rood graniet en grijze stenen met perfecte ronde groene stenen bolletjes erin. Daarna reden we door over een indrukwekkende bergpas die ook wel bekend is als “mevrouw Van Zyl’s Pass”. Niet helemaal overdreven, het was namelijk nog even een paar kilometer flink opletten en voorzichtig rijden over scherpe rotsrichels en steile paden, door kwarts- en granietvelden, en omringd door plakken steen die vertikaal uit de grond staken. Wat een onbeschrijfelijk oeroud rotsachtig prachtig berglandschap! Vlak voor we bij ons kamp aankwamen sloegen we even af naar een verlaten marmer-mijn. Het mooie witte marmer bleek van zodanige slechte kwaliteit te zijn dat het niet rendabel was om het te mijnen, maar voor ons was het leuk om eens in zo’n open mijn te kunnen rondkijken, en tussen de glimmend witte blokken en wanden marmer te lopen die onder de bruine buitenlaag van de berg tevoorschijn gekomen was. Heel apart! Het kamp voor vannacht is op een strategisch punt en dus heel druk, ook omdat het heel klein opgezet is. Wij zijn al met 9 auto’s totaal, en er zijn nog eens net zo veel andere kampeerders naast ons, terwijl we na Epupa steeds praktisch alleen waren. We zijn na aankomst gelijk even gaan douchen: sinds Epupa Falls waar de douches verhit werden door gas, zijn alle douches “solar powered”, door zonne-energie verwarmd. Maar in de praktijk dus koud. Of kapot, of zonder water. Want het zijn sindsdien ook allemaal kampen beheerd door lokale gemeenschappen, en dat betekent hier helaas dat ze in de praktijk niet of nauwelijks beheerd worden. De ligging is vaak heel mooi, maar het water is dan bijvoorbeeld op omdat lokale mensen de buizen breken om zelf water te tappen en dan de rest weg laten lopen. Hans en ik krijgen dus steeds meer behoefte aan de bed & breakfasts waar we na het einde van deze tocht gaan blijven! Na de koude douche in douche”hokjes” met rieten wanden waar je gewoon doorheen kunt kijken (op zich wel handig, zie je gelijk of hij bezet is) en een douchestraal die alle kanten op gaat hebben we de middag doorgebracht met kletsen met andere stellen tot etenstijd. Na het eten hebben we meer hout op het kampvuur gegooid en lekker met een paar stellen die nog niet naar bed wilde om het vuur verzameld, gekletst en naar de Melkweg gekeken, tot we rond 21 uur een uil ergens hoorde roepen. Onze gids pakte zijn iPad en speelde de roep van die uil een paar keer af, en al gauw waren er een paar uilen vlakbij ons in de bomen verzameld en naar elkaar aan het roepen. We konden ze met behulp van koplampjes mooi zien zitten tussen de takken!

De bijgevoegde foto is van een van de auto’s bezig het zwaarste stukje van Van Zyl’s Pass te rijden. In het echt ziet het er veel erger uit!

Groetjes,
Hans en Jooske

2 thoughts on “Namibië Zambia Malawi 4: Marble Camp

  1. En….tot stof zult gij wederkeren maar dan gelukkig levend!
    Wat een avontuur en mooie ervaringen en die (wegen!)
    Gauw Googlelen en kijken naar de Van Zijl’s Pass.
    Geniet ze!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *