Namibië Zambia Malawi 10: South Luangwa National Park

Beste iedereen,

We schrijven iedere dag een stukje en versturen het blog als we de kans hebben.

2 september: Katima Mulilo-Livingstone, 189 km
We zijn vanochtend rond 8:30 vertrokken uit onze overnachting in Katima Mulilo, en reden als eerste langs een tankstation vlakbij. Ik vroeg om de tank vol te gooien en de pompjongen vroeg hoe we dat dachten te betalen. Euh pardon? Gewoon met cash hoor. Hij leek het niet te geloven maar ging haast met tegenzin pompen. Met een volle tank (die we netjes betaald hebben met cash) reden we de laatste kilometers naar de grens met Zambia. We hebben grensovergangen vaak genoeg gedaan in Afrika, maar toch voelde we allebei wel wat zenuwen. Hoe zou het gaan, wat voor onzin zouden ze mee komen, wat zou het kosten, enz… Je moet bij een Afrikaanse grens het huidige land uit stempelen, door niemandsland en dan het nieuwe land in stempelen. Meestal gaat het eerste redelijk pijnloos en het tweede kan alles zijn van super efficiënt tot totale chaos. De vorige keer dat we de Katima Mulilo grens gebruikte in 2008 wisten we van niets (daarom ook onze zenuwen nu!), en kwamen we aan de Zambiaanse kant in een chaos van gebouwtjes en een caravan zonder bodem terecht. Nu kwamen we bij de Namibische kant en stonden er mannen zwart geld te wisselen voor de Zambiaanse kant, en besloten we dat ook te doen toen we zagen dat een blanke Zuid-Afrikaan het ook deed. Hij hielp ons een hele goede koers krijgen en Namibië uitklaren was enkel een kwestie van een stempel halen en je hele doopceel invullen, relatief pijnloos. De Zuid-Afrikaan was bijzonder onsympatiek maar de regel is, blank helpt mekaar, dus hij maande ons domme toeristen letterlijk om hem te volgen. Wij vonden het wel best en hielden ons dom! We reden naar de Zambiaanse kant en kwamen op een mooi nieuw douane complex terecht, het zag er keurig uit! Alle loketten waren verzameld in een halletje dus je kon zo van het ene naar het andere gaan, en er waren redelijk duidelijke instructies wat je moest doen. Maar dan nog is het chaos hoor. De Zuid-Afrikaan had geen oog meer voor ons dus wij konden verder alleen onze gang gaan. Als eerste naar “Health”. Even voor de infrarood camera staan en een bonnetje ontvangen. Dan naar immigratie. Daar health-bonnetje in een schoenendoos gooien waar nooit iemand meer naar zal kijken, paspoort geven, vertellen wat je volgende bestemming is en als je pech hebt je hele route opnoemen; had ik iets op gevonden want we hadden een ambtenaar die zin in een praatje had – “het programma staat niet vast we gaan rondtrekken en genieten van jullie mooie land” – prima, was acceptabel.”Hoe veel dagen visum heb je nodig?” Maakt verder volgens mij toch niet uit, want je krijgt toch voor 3 maanden, maar alles moet genoteerd worden. Duidelijk aangeven dat je een “Dual entry” visa wilt, 160 Amerikaanse dollars betalen voor ons tweeën en goed opletten, want ze kregen het voor elkaar Hans een single entry te geven. Zucht, werd in ieder geval gelijk rechtgezet toen ik het zei. Toen nog het grote registratie boek invullen met ver dezelfde gegevens die je net 3 keer aan de ambtenaar hebt gegeven… Iets onbegrijpelijks in Afrika is de administratie! Toen hadden we nog 3 loketten te gaan, en besloten op goed geluk eentje te kiezen want de verdere instructies waren niet duidelijk en het is ook niet zo dat ze in volgorde staan. Was de foute keuze, we hadden als eerste naar haar buurvrouw gemoeten maar ze was lief en matste ons dus we konden bij haar terecht. Zij verkocht de autoverzekering. Want al is je auto in het land van herkomst nog zo goed verzekerd, je moet hem in Zambia verzekeren – en betalen, wel 45 euro’s omgerekend in Kwacha’s! En het register boek invullen met chassisnummer en motorbloknummer en nog drie honderd andere dingen over de auto, plus nog een heel formulier. Schijnbaar was het onder andere relevant om te weten hoeveel stoelen de auto had. Pffff! Toen door naar haar buurvrouw van customs, over de waarde van de auto, enzovoort. Registerboek weer invullen, plus een formulier van A4 formaat, afrekenen (uiteraard), ongeveer 18 euro omgerekend, en naar het laatste loket voor de wegenbelasting. 38 dollar. Pardon?? We hoeven toch maar 20 dollar wegenbelasting te betalen? (We hadden ons zo goed mogelijk voorbereid over de mogelijke kosten) nee sorry jullie hebben een Namibisch kenteken dus 38, Botswaans kenteken 30, en Zuid-Afrikaans kenteken of anderen kost 20. Wat heeft Namibië of Botswana ooit Zambia aangedaan om dit onderscheid te verdienen? Pfffff. Van ieder loket hadden we nou een papiertje dus konden verder. We hebben alle papieren nog 2-3 keer laten zien voor we het terrein af waren en moesten bij het hek nog een ding registreren / betalen, een soort gemeentelijke belasting a 2,80 euro omgerekend. Er waren net een hoop mensen voor ons geweest maar dit mens kon zogenaamd niet wisselen van 100 kwacha (we hadden niet kleiner en het kostte 30 kwacha). Gelukkig betaalde net iemand gepast terwijl we daar stonden dus we riepen gelijk dat ze nu wel wisselgeld had! Vond ze niet leuk maar we kregen ons wisselgeld, konden eindelijk door, we waren klaar en heel het circus had maar 5 kwartier geduurd van hek tot hek. En dat is heus geen slechte tijd! We hadden nog zo’n 170 km te rijden; de eerste 40 km waren prima asfaltweg, de laatste 50 ook, en de 80 km daar tussenin de ergste potholes die we ooit meegemaakt hebben! De gaten zelf hadden gaten, en een enkeling was rustig 40-50 cm diep… En regelmatig was de enigste manier om er een beetje te kunnen rijden, om OF helemaal van de “weg” af te gaan en een ezelspoor te volgen, OF om op een slakkepasje de gaten te nemen. Tussen de extreem slechte delen door waren wat minder slechte delen waar je min of meer tussen de potholes door kon slalommen. Maar het was extreem zwaar rijden voor Hans want als hij even niet geconcentreerd genoeg reed, werd hij gelijk afgestraft met een flinke knal in een gat. Pfffff. We hebben er totaal bijna 4 uur over gedaan. Eenmaal bij de campsite aangekomen hebben we onze toegewezen tent ingericht en ons geïnstalleerd bij het kampvuur, en kennis gemaakt met de bemanning. De hoofdgids kennen we van een tocht 6 jaar geleden naar Zimbabwe, de tweede gids kennen we van vorig jaar Botswana, de kok is de beste kok wat ons betreft en kennen we van een aantal tochten, en het hulpje kennen we als enigste niet maar lijkt ook heel aardig. De bemanning zit wel goed dus! Qua klanten zijn we met 8 auto’s / koppels, een mooi aantal, en kennen we een echtpaar van een tocht 8 jaar geleden. Maar alle klanten hebben minimaal al een tocht met dit bedrijf gemaakt omdat dit nog geen geadverteerde tocht is maar een tweede pilot tocht om de kleine details uit te effenen met klanten die de formule kennen en wel wat gewend zijn voor het groter publiek toegelaten wordt. We hebben er zin in! Het eten was heerlijk en kwalitatief goed, zoals we gewend zijn van dit bedrijf en afgelopen tocht wel een beetje gemist hebben. We hebben nog lang gekletst met de bemanning tot we de enigste over waren en het tijd was om naar bed te gaan. Al gauw hoorde je alleen nog maar de krekels, cicaden en brulkikkers, en wat gesnurk!

3 september: Livingstone-Lusaka, 522 km
Vannacht waren er allerlei dierengeluiden, krekels, uilen, maar ook nijlpaarden. We hebben een hele onrustige nacht gehad met veel wakker worden; het is waarschijnlijk weer even wennen zo’n tent. Rond 5:30 kwamen de eerste mensen al in beweging en rond 6:30 was iedereen opgestaan. Onze kok had een heerlijke romige havermoutpap gemaakt, maar er stond ook fruit en yoghurt en rusks. Hans en ik gaven de bemanning vanochtend een kilozak zachte zoete drop, een beetje een traditie die door de bemanningen erg gewaardeerd worden. Ze luisteren echter nooit als we zeggen dat het erg verslavend is en meestal is de zak smiddags al ver leeg en zij een beetje misselijk! Om 7:45 vertrokken we, reden door Livingstone en door naar Lusaka, een hele lange rit. We moeten vandaag en morgen flinke afstanden afleggen en daarna wordt het tempo hopelijk wat lager. De rit was erg lang, en apart om te beseffen dat we door Zambia reden! Er waren veel mensen langs de weg, en ontiegelijk veel kerken overal, dus bijna iedereen was in zijn paasbest want het was zondag. Langs de weg werden bakstenen gemaakt en gebakken, of houtskool gestookt. Een deel van het landschap was gevuld met ronde zandhopen van vaak wel een paar meter hoog: gigantische termietenheuvels, waarbij de hoop ondergronds schijnbaar nog eens twee keer zo groot is als bovengronds! Deze heuvels zijn ontzettend vruchtbare grond, en worden vaak door de lokale mensen gebruikt om gewassen op te kweken. Of ze graven ze af voor klei voor de bakstenen, waar ze schijnbaar ook heel geschikt voor is. Ons tegemoet komend zagen we constant vrachtwagens volgeladen met zware blokken ruwe koper, of platen geraffineerde koper – die koper komt uit mijnen vlakbij de Democratische Republiek van Congo, en gaat naar fabrieken en raffinaderijen in Zuid-Afrika, wat een afstanden! We hebben langs de weg geluncht en zijn door de hoofdstad Lusaka gereden, wat een drukte en dan was het nu nog maar zondag! De gids zocht een tankstation waar we met creditcard konden betalen, maar er was een netwerkstoring vandaag dus ze konden alleen cash aannemen. Uiteindelijk heeft iedereen die echt zonder zat getankt en cash betaald en wij wachten nog wel tot morgen om te tanken. Na een lange intensieve rit (er was ook zo’n 70 km met “gewone” potholes, niet de monsters die wij hadden gehad, maar wel op een veel drukkere weg dus heel intensief rijden voor Hans) kwamen we rond 17:15 op onze campsite aan, en is Hans gelijk gaan douchen. Ik ben daarna gegaan en het waren heerlijke douches met heet water en een goede straal, lekker! Na wat kletsen en thee en koffie was het tijd voor het avondeten, een snelle spaghetti want onze kok had weinig tijd gehad om iets uitgebreider te koken, maar niettemin erg lekker en met heerlijke salades. Alleen geen toetje, want geen tijd voor gehad: dus wij boden aan om stroopwafels te trakteren en die werden heel goed ontvangen! Men zat te smullen. Rond 21 uur waren we ver de laatste die nog wakker waren, en zijn Hans en ik ons ook gaan voorbereiden voor ons bed. Het is een kille nacht, zelfs Hans en ik hadden onze fleecetruien tijdens het eten aangetrokken!

4 september: Lusaka-Chipata, 569 km
Vanochtend was weer een vroege start en om 7:30 was iedereen op pad. We hadden een hele lange rit voor de boeg vandaag maar het bleek dat er net de laatste hand gelegd werd aan de nieuwe weg van Lusaka naar de grens met Malawi, dus de weg die wij reden; een prachtige verse asfaltweg gesponsord door de EU! Dat maakte de rit een stuk prettiger. In Zambia wonen een hoop mensen langs de weg, en dus was er veel te zien onderweg. Overal staan stalletjes langs de weg, die snoepgoed, kleren, tomaten, zoete aardappelen, grote zakken maïs, haast manshoge zakken houtskool, handwerk zoals manden of bezems, of zelfs vlees verkopen. We zagen in een klein dorpje zelfs jongens bij de snelheidsdrempels (waar mensen dus moeten afremmen) een lokale Zambiaanse delicatesse verkopen: muizenkebabs… Letterlijk muizen op een stokje, met huid en haar en pootjes en staart… We hebben ze niet gekocht! We hebben rond 11 uur een van de benenstrek-pauzes gehad in een klein kruispunt-gehuchtje waar allerlei stalletjes langs de weg stonden, met van alles, maar met name gedroogde vis. Erg leuk om even rond te wandelen maar minstens even leuk waren de interacties: verschillende mannen spraken ons aan, verwelkomde ons in Zambia, vroegen waar we vandaan kwamen, wat we van Zambia vonden en allemaal gingen zien, en wilde op de foto met Hans! Leuk! Ik kijk off-limits te zijn. We staan dus vast weer ergens op een of andere Zambiaanse Facebook-pagina. Kort daarna reden we over een brug die al twee keer is opgeblazen in het verleden tijdens onrustige periodes van de geschiedenis. De brug kan 55 ton hebben maar er mocht maar één vrachtwagen of auto tegelijk over. Vraag me niet waarom! Rond 12 uur zochten we een rustige plek voor de lunch, haast dus een onmogelijke opdracht, en onze gids sloeg vóór een dorpje af naar een verlaten groeve… Tja negen auto’s die langs je deur rijden, dat is het hoogtepunt van de week, dus binnen 5 minuten dat wij een plekje gevonden hadden en de lunchtafel opgezet werd, stonden er al een stuk of 10 kinderen en wat volwassenen te kijken, en dat werden er uiteindelijk zo’n 20! Na de lunch liet de gids geen restjes achter omdat er te veel mensen en te weinig restjes waren, maar ik vermoed dat ze vooral gewoon nieuwsgierig waren en niet zozeer op het eten aan het azen. Huizen zijn hier vaak van klei-bakstenen, die in een ronde of rechthoekige vorm gemetseld zijn tot kleine hutjes van een paar vierkante meter. Het dak is van riet, soms golfplaat, en een familie woont met meerdere hutjes bij elkaar. Het familiedorpje is vaak gecentreerd rond een schaduwrijke boom, omheind met een muur van riet en/of stokken, vaak zijn er nog een paar voedsel opslagcontainers van gevlochten riet waar maïs of aardappelen in zit, op palen tegen het ongedierte (hoewel ze daar dus ook wel raad mee lijken te weten…), en nog wat rieten omheiningen of cirkels die voor veel of gevogelte is, en sommige die volgens mij als ontmoetingsplaats of zo dienen. Alles gebeurt buiten, de hutten zijn vooral voor onderdak en opslag lijkt het. En iedereen gebruikt de snelweg om langs te lopen of te fietsen. En wat ze allemaal op de bagagedrager van die fietsen kunnen vervoeren! Levende kippen, meerdere zakken maïs of houtskool, uien, groene kolen, hout, golfplaten, rieten matten, eieren, flesjes prik, en zelfs een heel varken! Een hoop mensen hebben langwerpige manden geknutseld voor op hun bagagedrager die gevuld kunnen worden met kleinere boodschappen – of met een deksel erop gelijk als kippenren kunnen dienen. Er zijn heel veel winkeltjes langs de weg, variërend van simpelweg een stapel maïszakken of rijen houtskool zakken, tot rieten hutjes met chips en cola of tafeltjes van takken met keurige piramides van tomaten en aardappelen, tot kleine gemetselde, gestucte en vrolijk gekleurde gebouwtjes met mooie frontjes, de muren volgeschilderd met gebouw-grote kleurrijke reclame voor waspoeder, telefonie, suiker, bier, verf, van alles! En de ondernemingen hebben minstens even kleurrijke namen, zoals “real sufferer” (echte lijder, met lange ij!), “God is great”, “beauty’s secret”, van alles! Halverwege de dag begon de weg steeds meer bochten te krijgen en het landschap werd heuvelachtiger, best mooi allemaal! Er werd veel land afgebrand om te beplanten, dat maakt de grond rijker aan voedingsstoffen, als het tenminste niet te vaak gebeurt, maar in de heuvels zagen we ook natuurlijke branden. Een berm was nog aan het branden toen we langs reden, de vlammen een meter hoog en tot vlak aan de weg, en erg heet! De grootste bomen worden vaak in de meer afgelegen gebieden opgestookt tot houtskool, daar zijn dus weinig grote bomen meer. We hadden niet meer getankt in Lusaka vanwege de netwerkstoring, dus Chipata, waar onze overnachting was, was het alternatief. Het tweede tankstation dat we bezochten kon creditcard aannemen, dus de pompbediende was blij want hij kon 131 liter voor ons tanken, en nam mijn vraag om de auto echt VOL te gooien heel serieus: toen hij klaar was klotste de diesel bijna uit de tank! We waren rond 17 uur op onze campsite na weer een lange dag, maar vanaf morgen wordt veel rustiger gelukkig. Hans probeerde langer wakker te blijven, om niet om 3 uur klaarwakker te zijn omdat we al om 21 uur gingen slapen, maar hij heeft het vandaag met lezen in bed maar tot ongeveer 22 uur uitgehouden!

5 september: Chipata-South Luangwa, 152 km
We hadden vandaag voor het eerst een kort stukje te rijden dus konden uitslapen en kregen een gebakken eitje met kaas en gebakken tomaten als ontbijt. Lekker! Om 9 uur waren we weer op pad, nadat de druk van onze banden aangepast was: de jonge hulp van de bemanning had namelijk gemerkt dat ons linker voorwiel zachter was dan de rest. Geen gaatje, gelukkig, maar gewoon slordig van het verhuurbedrijf toen we een week geleden in Windhoek waren – die hadden vergeten die ene band op te pompen! En terwijl we toch keken bleken de achterbanden te hard opgepompt. Dus nadat iedere band weer de juiste spanning had reden we weg. De rit was nog heuvelachtiger en bevolkter met mensen dan gisteren, maar gelukkig heel rustig met verkeer, dus een leuke, afwisselende mooie rustige rit. We zagen een auto met Oostenrijkse nummerplaat onderweg, en wat later nog een Nederlandse nummerplaat, ongelofelijk wat een ritten hebben die gemaakt! Onze campsite heet “Croc Valley”, hopelijk een niet al te letterlijke naam, maar feit is wel dat het onder grote schaduwrijke bomen aan de Luangwa Rivier ligt, die de grens vormt met het niet omheinde South Luangwa National Park aan de andere kant. En er liggen dus nijlpaarden in de rivier, inderdaad een paar krokodillen, er stond een elegante nyala met haar jong op het trapje naar de receptie te herkauwen, er zaten apen en liepen bavianen rond op de campsite zelf, en je moest je voedsel (zelfs snoepgoed en zo) in een kluisje in de gemeenschappelijke keuken opsluiten, zodat, ALS een olifant zou besluiten dat ze daar wel trek in hebben, ze in ieder geval niet je tent of je auto slopen om erbij te komen… Want de nijlpaarden en olifanten lopen dus vrij door de campsite rond! Met name citrusvruchten zijn een risico, schijnbaar als een olifant dat ooit geproefd of geroken heeft, zullen ze uit hun weg gaan om het weer te bemachtigen. De twee echtparen die zakken sinasappels bij hadden wisten dus niet hoe gauw ze ze af moesten geven! Wij hebben de paar stroopwafels en andere dingetjes die we nog hebben ook maar achter slot en grendel gedaan. Schijnbaar zijn er onlangs zelf leeuwen en een luipaard gespot op het terrein. We waren al rond lunchtijd op de campsite, en na de lunch deed iedereen zijn tent inrichten en een beetje rusten en internetten, want je kreeg 100 mb per persoon gratis op deze campsite, niet verkeerd! Opeens zag ik een grote baviaan vanuit de rivierbedding de oever op komen, op het lunchtafeltje af sluipen, de flessen met sauzen bestuderen en de knijpfles mayonaise pakken! Hij was bijna zo groot als een mens… Ik sprong op en rende er roepend op af (ik was ver genoeg van hem vandaan om stoer te kunnen doen hoor), hij keek betrapt op, stak de fles onder zijn arm en vluchtte het kamp in. De gids hoorde mij, zag de baviaan, die rende vlak langs hem, en hij zette de achtervolging in. De baviaan stak de fles tussen zijn kaken om zijn handen vrij te hebben om te rennen en verdween de bosjes in. Weg mayonaise! De kok baalde, want ze hadden nog wel grote potten mayonaise, maar die knijpfles was nu juist zo handig voor de lunch, en deden ze regelmatig vullen. Om 14 uur vertrokken we richting de entree van het nationale park op een paar kilometer afstand en we reden er uiteindelijk pas om 18 uur weer uit, zo veel was er te zien geweest! Olifanten (echt veel, sommige vlakbij de auto), zebra’s, wrattenzwijntjes, giraffen, allerlei hertachtigen, apen, bavianen, nijlpaarden, krokodillen, een gigantisch kudde buffels, allerlei vogels van zwermen prachtige karmijnrode bijeneters tot een hele grote jonge roofvogel in een boom die net bezig was zijn in de boom vastgeprikte voorraad aan te spreken, leuk! Heel bijzonder ook waren een paar grondhornbillvogels, grote zware zwarte vogels die tot je knie kunnen komen en een grote rode keelzak en typische grote hornbillsnavels hebben. Maar het hoogtepunt van de dag waren vier heuse “wilde honden”. Dus niet verwilderde straathonden, maar echte wild dogs, “painted dogs”, beschilderde honden, een bijzonder roofdier dat er om bekend is zijn prooi desnoods al levend op te eten. En ondertussen er zo mooi en rustig uitziet! Hans en ik hadden ze nog nooit in het wild gezien, het is ook heel bijzonder om ze te zien want ze zijn bedreigd en moeilijk te spotten. We stonden met een ander echtpaar een kopje van hun vers gezette koffie te drinken bij een mooi uitzichtspunt, toen een gamedrive-auto bij ons stopte en de chauffeur vroeg of we de wilde honden al gezien hadden? Nee, vertel! Hij tekende een kaartje op de grond van waar we moesten zijn en we vertrokken met beide auto’s in de opgegeven richting. Op het laatst waren de instructies wat onduidelijk dus beide auto’s zwoerven een beetje rond op zoek: en opeens zag Hans ze, in de schaduw van een grote struik! Vier volgevreten mooie wilde honden, nog aan het uitbuiken van hun grote maaltijd vanochtend en lui van de hitte. Wauw! We hebben er een uur gestaan, de rest hoorde het over de radio en kwam uiteindelijk ook bij ons, en wij hebben ervan genoten. De honden lagen te dutten en staken af en toe hun hoofd op, rolde op hun rug, stonden even op om na twee vermoeide stappen op een ander plekje weer languit neer te ploffen. Prachtig! Met moeite zijn we er weggegaan rond 17 uur want we moesten echt door, en bij de volgende bocht al haast kwamen we bij een olifanten familie die aan het eten was; bladeren van struiken ritsen en grote takken afbreken. Prachtig om te zien, maar drie olifanten stonden op de weg hun tak te strippen, en we moesten na een tijdje toch echt door, en er was maar een weg, langs die drie! Dus iedereen (we stonden er met 4-5 auto’s) begon heel zachtjes te rijden door de bush om ze vooral alle ruimte te geven; olifanten hechten namelijk nogal aan hun persoonlijke ruimte! Ze hielden ons in de gaten maar vonden het wel prima dat we afstand hielden en bleven relaxed. Mooi!! Weer iets verder staken zebra’s over, en was er een heel veld vol apen. Ik werd op gegeven moment in mijn buik, dwars door mijn poloshirt gestoken door een of andere rotvlieg, au! Verderop in de rivier was het opeens zwart van de buffels, en Hans en de gids zijn er heel voorzichtig doorheen gereden (die jongens hebben flinke horens van zo dichtbij), voor de gids besefte dat we niet verder konden en we dezelfde weg terug moesten rijden. Wow… Iedereen was rond zonsondergang terug op de campsite, waar de kok vertelde dat hij overdag drie olifanten in de veldkeuken had gehad op zoek naar eten! Die jaag je nog minder gemakkelijk weg dan een baviaan, maar volgens de eigenaar van de campsite die toevallig in de buurt was, was een fles DOOM (insectenspray, “kills all insects dead”) genoeg om ze weg te jagen. Het had inderdaad gewerkt dus nu stond er in de buurt van de veldkeuken een spuitbus DOOM. Ik had wel willen zien hoe onze kok, een niet al te grote en beetje schriele jonge man, met een spuitbus insectenverdelger drie volwassen olifanten wegjaagt uit zijn veldkeuken! In het donker stond een olifant aan onze oever vlakbij een tent de gevallen zaadpeulen van de boom op te peuzelen. Verstoord door de vele foto’s die iedereen nam is hij stilletjes verdwenen in het donker. Wat later zagen we in het maanlicht een nijlpaard lopen vlakbij in de rivierbedding, en hoorde we het geplons en gebrom van een groepje nijlpaarden die het water ingingen. Ik liep op gegeven moment naar het toilet gebouwtje en zag ogen oplichten in het licht van mijn koplampje. Oeps! Gelukkig groene ogen, dus graseters (rode ogen zijn jagers) – een paar onschuldige impala stonden in de donkere bush naast het gebouwtje… Toen iedereen al naar bed was en Hans en ik nog wat lagen te lezen rond 22 uur hoorde we, naast het geknor van de nijlpaarden in de rivier, opeens gekraak van takken aan de andere kant van onze auto – een olifant waarschijnlijk, die dus zo te horen vlak naast andermans tent aan het eten was. We hadden alle flappen voor de ramen dicht gedaan behalve die richting de auto, die vlakbij stond, zodat we frisse lucht maar ook wat privacy hadden, maar konden niets zien en wilde ook niet te veel in het donker schijnen met ons lampje mochten we WEL iets zien. In dit soort gevallen is de struisvogeltactiek van “als ik hen niet zie dan zijn ze er niet” best prettig…

6 september: South Luangwa, 51 km
Wat een geluiden vannacht! Er heeft een olifant een hele tijd voor een tent gestaan, zo dichtbij dat de mensen erin alleen zijn poten konden zien en zijn maag horen rommelen. Omdat hun tent toevallig onder een rieten afdakje stond omdat anders niet alle tenten bij elkaar konden staan, stond de olifant niet NOG dichterbij; de tent interesseerde hem namelijk niet, hij had alleen oog voor de peulen van de boom erboven! Verder hoorde we nog allerlei andere geluiden vannacht, bijzonder hoor… We stonden rond 6:15 op, en rond 7:30 vertrokken Hans en ik richting het nationaal park. We blijven vannacht en morgennacht hier dus er hoefde niets ingepakt te worden. Bij het hek moesten we betalen (75 dollar, voorgeschoten door de gids) en uiteraard een uitgebreid bonnetje invullen. Ik vulde in dat ons adres Windhoek, Namibië was… Europeanen betalen namelijk gerust nog een hoop meer dan Zuidelijk Afrikaanse landen! En met Zuid-Afrikaanse medereizigers en een Namibische huurauto zouden we best blanke mensen uit Zuidelijk Afrika kunnen zijn. Zolang ze maar niet om ons paspoort vragen! We konden door en hebben een hele ochtend, tot 12:45, rondgereden in het park. Het is echt een heel mooi park: ondanks de hoge entree kosten wordt er niets gedaan aan parkbeheer, dus het is een stukje wildernis. In de rest van Zambia zijn veel bossen verdwenen vanwege het produceren van houtskool, hier heb je nog woudreuzen, met grote verstrengelde lianen erin, dichte bosjes, open vlaktes, van alles. Er zijn een paar hoofdpaden, maar niets is geasfalteerd, en de zijweggetjes zijn soms best ruig en kronkelen alle kanten op. Plus we zijn allemaal onder de indruk van hoeveel dieren er te vinden zijn, je ziet constant wel wat. We hebben vandaag ontelbare olifanten gezien, in familiegroepjes met soms hele kleine baby’s erbij, giraffen, zebra’s met prachtige scherpe zwart-witte tekeningen (in andere landen zijn ze vaak wat valer bruin-grauw), allerlei hertachtigen zoals de altijd aanwezige maar altijd mooie en elegante impala, kringgat met een witte kring op hun achterste, kudu met grote krulhoorns, nyala, en nog een paar soorten waaronder puku, een wollige impala-achtige die vooral hier voorkomt. Verder buffels, wrattenzwijntjes, apen, bavianen en allerlei mooie vogels. Vandaag reden we veel langs de rivier dus zagen we veel felgekleurde bijeneters, allerlei watervogels, roofvogels en in het water nijlpaarden en krokodillen. Erg leuk! We hebben door een heel mooi bos gereden dat zo dicht was dat het afwisselend donker en licht was met zon en schaduw. Daar liepen, naast vele parelhoenders, ook 4 grondhornbillvogels rustig een tijdje over het bospad voor ons uit, leuk! Ergens anders bleef een olifantenfamilie rustig in de berm staan tot Hans besefte dat hij nog een klein stukje achteruit moest, en dat deed. Het was nu duidelijk de goede afstand en de matriarch gaf het sein, de kudde kon oversteken. We reden met onze ramen open maar werd op gegeven moment in een wat opener terrein belaagd door die rottige steekvliegen die mij gisteren had aangevallen – dus toen gingen de ramen dicht en de airco aan; ze vlogen zelfs mee met de auto! Een paar honderd meter verderop waren ze een stuk minder hinderlijk. We zagen op het laatst een familiegroep van wel 17 olifanten, rustig aan het genieten van de schaduw en zaadpeulen van een grote woudreus. Er liepen wrattenzwijntjes en apen tussendoor – een babyolifantje haalde soms speels uit naar een aap of ging er achteraan. We hebben er zeker een half uur staan kijken, prachtig! Opeens zag ik dat er een hyena rustig aan de andere kant van de auto langs liep, ook bijzonder. Klokslag 13 uur kwamen we terug in het kamp na een volle ochtend dieren en vogels, waar we in de laatste kilometer tussen het bordje dat het kamp aangaf en de kampsite (dus over de rivier en buiten het park) zelf alleen al vijf giraffen, wat zebra’s, impala, nyala, apen en een baviaan zagen! Een half uurtje na de lunch om 13 uur liep Hans naar het wc-gebouwtje om te gaan douchen, en opeens zagen we vier olifanten het kamp in kuieren, snuffelend aan een gebouw en de lokale wasvrouwen die net een ander gebouwtje uitkwamen laten schrikken! Er kwam net een auto voorzichtig om de hoek, en drie liepen de bush in, maar een olifant liep rustig en nieuwsgierig op mij en Hans af. Als we zelf niet achteruit waren gestapt, was hij vlak langs ons gelopen of recht naar ons toe. Op zijn dichtstbij stond hij maar 4-5 meter bij ons vandaan! Maar het feit dat wij achteruit stapte was geen probleem, hij kuierde langs wat tenten en liep op een smalle poort in een stenen muur af. Dat zou nooit passen, maar hij liep door! Straks zouden we hem nog moeten los wrikken! Maar wonderlijk genoeg paste hij precies door het gat en verliet op die manier het terrein. Een mooie ervaring! Smiddags kwam een aap af en toe even in de prullenbak van de veldkeuken kijken of er wat lekkers te halen was, en een grote baviaan kuierde op gegeven moment ook nonchalant richting de keuken – op zoek naar mayonaise? Maar de kok had wat katapults in het zicht gelegd en wat steentjes klaarliggen, dus de baviaan paste zijn plan aan en verdween in de rivierbedding. Hans en ik hebben gedoucht, gerust en gelezen, met het idee later in de middag misschien terug te gaan, maar het was erg warm en we hadden al zo veel moois gezien plus waren allebei een beetje moe, dus we zijn in het kamp gebleven. De mensen die smiddags wel teruggegaan waren zeiden allemaal dat het sochtends beter was geweest, prima keuze dus om hier te blijven! Het was savonds gezellig en men lag er relatief laat in, maar tegen 21:30 sliep Hans al en de laatste ging om 22:15 naar bed.

7 september: South Luangwa, 149 km
Vanochtend was de troep apen die hier op de campsite wonen wild aan het spelen in de hangmatten die hier hangen; hartstikke leuk om te zien, het zag er zo speels uit! We hebben er een tijd naar staan kijken hoe ze over elkaar buitelde en in en uit de hangmatten sprongen. Toen iedereen klaar was, zijn we met de hele groep en gids naar een dichtbij gelegen park gegaan dat grenst aan South Luangwa: het kleine, onbekende en enigszins afgelegen Nsefu National Park. De gids was er nog nooit geweest en kon dus niet zeggen hoe het zou zijn, maar wilde er zelf naar toe om te kijken en iedereen vond het wel leuk om mee te gaan. Het was zo’n 25 km rijden naar de poort van het park, en na de betalingen en administratie konden we door. Je betaalt 30 Amerikaanse dollars per persoon en 15 per voertuig voor de beide parken (betaal je voor een, dan kun je ze allebei bezoeken), dat is dus 75 Amerikaanse dollars per koppel, per dag! Wat een geld! In het park was het nog zo’n 20 km rijden naar het hoogtepunt van het park, een hete bron. Het landschap was best mooi, wat opener en meer veldachtig dan het bosachtige en gevarieerde South Luangwa, maar we konden nauwelijks een dier zien. Wel wat vogels waaronder verschillende watervogels en grondhornbillvogels. Er waren zelfs nauwelijks impala, en die vind je echt overal! Wel mooi waren de paartjes kroon-kraanvogels, elegante kraanvogels met een kroontje van veren op hun hoofd. Bij de bron gekomen was een soort wetlands landschap ontstaan. De bron is natuurlijk, maar door menselijk toedoen gaan stromen: tijden terug zou er voor een of andere president een huis gebouwd worden hier, en daarvoor werd een waterbron geboord. Het water dat boven kwam bleek echter bijna 60 graden heet te zijn en zwaar zwavelachtig, dus onbruikbaar, en het huis ging (gelukkig) niet door. Er staat nog altijd de betonnen sokkel met het uiteinde van de oorspronkelijk geslagen buis, en daaruit stroomt nonstop dus behoorlijk heet water. De gids had verschillende keren verteld dat het water heet was, maar grappig genoeg doet iedereen toch even zijn vingers erin houden! Na de bron besloten Hans en ik een rondje rond het park te proberen te rijden, maar zagen eigenlijk helemaal niets. Zeker niet de “heleboel” wilde honden die schijnbaar in het park gezien waren. Gezien hoe weinig er voor ze te eten is geloof ik nooit dat er veel roofdieren hier voorkomen! Wel waren er in een mooi bos waar we doorheen reden veel van die hinderlijke steekvliegen, die mij een paar keer flink staken, dwars door de kleding heen. Later bevestigde de gids en kok dat het tsetse-vliegen zijn, wat een bloeddorstige griezels! Een beetje teleurgesteld met hoe weinig dieren er te zien waren zijn Hans en ik terug naar het kamp gereden waar we rond 12:45 aankwamen. We kregen een lekkere hamburger voor de lunch en rond 14:15 was het zo bloedheet dat Hans en ik besloten weer South Luangwa in te gaan, lekker met airco aan in de auto! We hebben een hele leuk middag gehad die de teleurstellende ochtend meer dan goed maakte! Allerlei mooie weggetjes, allerlei dieren en vogels, en natuurlijk heel veel mooie olifanten in familiegroepjes. We zagen een hyena lopen, olifanten van en naar de rivier gaan (soms schrokken we een beetje van elkaar als er eentje van achter een bosje vandaan kwam), en hoog in de lucht tientallen gieren, aan het cirkelen op de thermiek in de lucht of zittend in bomen. Meestal is dat omdat er een dood dier ligt, en dat kan komen doordat een roofdier iets te pakken gekregen heeft. Maar helaas konden we niet dichtbij de plek komen waar de gieren op gefocust waren omdat daar geen wegen waren. Tegen het einde van de dag reden we samen met een andere auto die aangehaakt had bij ons een weggetje in dat we al een paar keer gedaan hebben de afgelopen dagen, en kwamen dicht bij de rivier op een mooi overzichtspunt waar je krokodillen en nijlpaarden in de rivier kunt zien liggen. Maar omdat het einde van de dag was, waren er tientallen karmijnrode bijeneters aan het verzamelen in een boom en aan het rondvliegen in een grote zwerm in de lucht voor ze hun holen in de zandkliffen van de rivieroevers inschoten om te gaan slapen. Een leuk gezicht! Iets verderop terug in het bos kwamen we steeds olifanten tegen die richting de rivier liepen, en Hans had een voorgevoel dat we moesten proberen om zicht op de rivier te krijgen. Toevallig was er net de enigste mogelijkheid om naar de rivier te rijden, en we sprongen allebei tegelijk uit, want er was net een familiegroep van 20 olifanten begonnen om de rivier over te steken, wauw! Kort erachter aan kwamen nog 4 laatkomers die gauw achter de rest aandrentelde, wat een prachtig gezicht om al die olifanten te zien oversteken! We hebben er van genoten en zo lang mogelijk gekeken, maar het werd al gauw 18 uur en de zon was net onder, plus we moesten om 18:30 uit het park zijn! Dus toen we uitgekeken waren reden we samen naar de gate, waar we in het donker rond 18:10 aankwamen. Al op het terrein van de kampsite zagen we nog twee giraffen in het donker staan. We waren om 18:20 terug en iedereen was onder de indruk van de overstekende olifanten. We waren ook wel blij dat ze niet alle 24 opeens in het kamp stonden, aangezien ze maar een paar kilometer verderop overgestoken waren! Tijdens het avondeten heeft de gids alvast een beetje over de grensovergang van Zambia naar Malawi morgen verteld. We zijn benieuwd! Rond 21:30 lag Hans te slapen, moe van een lange dag rijden en sowieso van het reizen. We voelen het allebei wel, zeker dat kamperen is best vermoeiend en we zijn al 4 weken bezig natuurlijk! Het was wat onrustig in het kamp vanavond met mensen, maar rond 22:30 was iedereen in bed en stil, en ben ik ook gaan slapen na het afschrijving van het blok 🙂

8 september: South Luangwa-Lilongwe
Vanochtend verzenden we het blog want we hebben hier op de campsite wifi gehad, en gaan vandaag de grens over naar Malawi waar we een paar dagen door zullen brengen. Tot de volgende wifi-mogelijkheid!

De bijgevoegde foto is van de heerlijke (??!!) muis-kebabs die langs de weg verkocht werden…

Groetjes,
Hans en Jooske

3 thoughts on “Namibië Zambia Malawi 10: South Luangwa National Park

  1. haha muizenkebab dat vergeet ik nooit meer!!
    wat een prachtige verhalen om te lezen, de wegen de mensen alle rompslomp bij n grensovergang en dan alle prachtige dieren. Wauw wat een mooi wilde honden, wat een bijzondere kleurenvacht.
    Fijn dat jullie ons weer mee laten genieten!
    groetjes Hans en Philippine

  2. Het klinkt allemaal weer geweldig, wel veel leesvoer om in een keer te lezen hoor pff. Maar jullie genieten fijn hoor, wel voorzichtig zijn maar blijven genieten. wij vertrekken ook snel dus wij kunnen weer pas in Portugal het volgende verslag lezen. Nog een hele fijne tijd en veilige kilometers!!
    Dikke knuffel van ons ,blijf gezond!!! xxxx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *