Namibië Zambia Malawi 6: Windhoek

Beste iedereen,

We schrijven iedere dag een stukje en versturen het naar het blog als we de kans hebben.

21 augustus: Marble Camp-Omenje Camp, 118 km
We zijn vanochtend weer om 8 uur gaan rijden en hebben door prachtige en afwisselende landschappen gereden vandaag! We zitten al een week in de woestijn maar kort nadat we het kamp vanochtend verlieten was het ook echt een woestijnlandschap zoals je in Algerije of zo zou verwachten: zand, zand zand en rotsachtige heuvels. We begonnen langs de woestijnrivier de Khumib waar ons kamp vannacht aan gelegen had… Dat is een droge rivier die 1-2 maanden per jaar zichtbaar water bevat als het veel regent in de bergen. Maar ondergronds zit ook water en daarom kun je hem het hele jaar door als een groen lint door de woestijn zien slingeren, want bomen kunnen met hun wortels bij het water en groeien erin en er naast. Na een uurtje rijden veranderde het zandlandschap in eentje van roest-rode keien en verweerde plateau-bergen in allerlei gekleurde laagjes, net een maanlandschap. Daarin lag Orumpembe, niet meer dan een paar hutjes en “Orumpembe Shop number 1”, de grootste / enigste winkel in de omgeving en volgens eigen zeggen met het koudste bier van het zuidelijk halfrond – net als gisteren weer een klein hutje, midden in het niets – maar in tegenstelling tot gisteren was er niet veel te halen en het bier niet ijskoud. Wel hebben ze desondanks goede zaken gedaan, er werd door de groep enthousiast koekjes en bier en Fanta gekocht! Toen hebben we nog tot ongeveer 10:30 langs, en soms door, de droge Khumib gereden, tot we richting de Hoarusib Rivier gingen rijden, een andere woestijnrivier. De gelaagde plateau-bergen werden verweerder en grilliger, en er leek maar geen eind aan te komen, alsof het landschap oneindig doorging. Prachtig! Ruige, droge zandwoestijn met roest-rode rotsen en bergen. Het landschap is over miljoenen jaren geerodeerd door wind en water tot allerlei heuvels en bergen met platte bovenkanten, en steile zijkanten vol rotsen. De gele, witte, rode, bruine en grijze laagjes in de rotswanden zie je nog goed zitten en zijn in tegenstelling tot gisteren nog keurig horizontaal waardoor de heuvels zo mooi eroderen. En ertussen slingerde de groene strook planten en bomen die de Khumib markeren. Toen we het Puros conservacy gebied in reden, reden we tussen de rode gelaagde heuvels door een smalle vallei en langs de steile wanden van een droge rivierbedding, en kwamen aan de andere kant van deze “bergketen” uit in een wijdse zandvallei omlijst door rijen en rijen heuvels en bergen, en een slingerende groene oase van palmbomen en andere bomen: de Hoarusib Rivier. Dit is ook het gebied van woestijnolifanten, die aangepast zijn aan de woestijn en kunnen overleven omdat ze weten waar water te vinden is. We hebben slingerend door de rivierbedding gereden – een weg is er niet, een pad kun je het ook niet noemen, en volgens de gids spoelt alles toch ieder regenseizoen weer weg! Op gegeven moment vond onze gids een schaduwrijk plekje in de brede droge rivierbedding geschikt om te lunchen, het was onderhand al weer 12:30 en bloedheet, 39 graden, dus een stop was welkom. Na de lunch hebben we verder door de rivierbedding gereden (nadat een van de auto’s eerst uit een diep stuk zand getrokken moest worden) waar soms het grondwater in een poeltje aan het oppervlak kwam, maar meestal ondergronds bleef. De bomen en palmen in de rivierbedding gedijen er echter duidelijk goed! En we konden zien dat er af en toe behoorlijke overstromingen konden zijn hier, want er lag veel en vooral groot wrakhout overal. We zagen onderweg giraffen, struisvogels, impala en zelfs een oryx, alleen helaas nog geen woestijnolifanten. We zijn nog tegen een heuvel opgereden (een weg was er niet!) van zwarte keien, voor een mooi uitzicht over de riviervallei van de Hoarusib, en toen de zanderige rivierbedding terug ingedoken richting een rustig kamp tussen grote grillige schaduwrijke acaciabomen vol vinger-lange doornen, aan de oever van de rivier, waar we om 15:30 aankwamen. Er lopen schijnbaar weleens woestijnolifanten dwars door dit kamp! We hebben smiddags lekker in de schaduw gezeten relaxen, tot het rond zonsondergang opeens koud werd, er woei namelijk een koude wind vanuit zee en het is nu eenmaal een woestijnklimaat. Brrrrrrrrr, blij dat we fleecetruien bij hebben! We hadden vandaag voor het eerst sinds Epupa weer mobiel bereik dus hebben wat smsjes verstuurd en een paar antwoorden gekregen, leuk! Het avondeten was een beetje een dieptepunt deze week, maar het bij het kampvuur zitten kletsen erna was erg gezellig, tot een uur of 21 toen iedereen aftaaide naar bed. Overigens is het niet écht koud, het was zo’n 18 graden. Maar als je overdag 39 hebt gehad, is dat een erg groot verschil! Vandaag was denken we de mooiste rit van de reis tot nu toe, en samen met de Mariënfluss het indrukwekkendste landschap. Erg mooi!

22 augustus: Omenje Camp, 25 km
We blijven vandaag weer een dag in hetzelfde kamp. Niemand heeft nog olifanten gezien, maar volgens de gids trekken ze ook veel rond en kunnen dus overal in het gebied zitten. Wel liepen er bij het opstaan vanochtend in de opkomende zon in de verte giraffen statig achter elkaar. De door onze gids gerepareerde stalen plaat onder de auto zit nog steeds redelijk goed vast, maar inmiddels is een andere, kleinere plaat erachter losgekomen. De monteur die deze platen ooit herbevestigd heeft, heeft er met zijn pet naar gegooid, want als ze goed vast zouden zitten zouden we bij wijze van spreken wel tien keer Van Zyl’s over hebben gekund. En we weten dat er een eerdere reparatie geweest is, want toen onze gids onder de auto lag bij Van Zyl’s, had hij verschillende maten sleutels nodig om de twee nog aanwezige bouten los te krijgen. Maar ja wij zijn er nu de dupe van. Vanochtend kroop hij en iemand van de bemanning er weer eens onder, en in een uurtje tijd hadden ze ook de tweede plaat min of meer terug op zijn plek gekregen en in vorm gehamerd met behulp van een krik, een hamer en een stukje ijzerdraad. Knap hoor! Om 9:15 reed iedereen de rivierbedding van de Hoarusib Rivier in voor een prachtige tocht van 2,5 uur lang op en neer. De brede zand-en-keien rivierbedding waar ons kamp ook aan ligt werd al gauw smaller terwijl we de heuvels in reden, en we hebben langs prachtige rotsen, heuvels, kliffen en steenlagen gereden terwijl de kronkelende rivier steeds natter werd. Bij het kamp is het namelijk een woestijnrivier net als de rest, maar eenmaal in de heuvels beginnen er kleine ondiepe poelen (grond)water te ontstaan waar we constant in en uit reden terwijl we door de riviervallei reden. Grote grillige ruige rode, bruine, gele en zelfs zwarte rotslagen om ons heen, riet en struiken langs de rivieroevers, palmen en bomen in en naast de rivierbedding en kleine groene plantjes direct waar het water het meest aan het oppervlak lag. Onbeschrijfelijk mooi landschap, we hebben er van genoten! Helaas kwam net op het punt dat de gids omdraaide om terug naar kamp te rijden weer een bekend schrapend geluid onder de auto vandaan: de reparatie op de tweede plaat had het niet helemaal gehouden en de plaat hing weer in de weg van stenen en oneffenheden in ons pad. We zijn rustig terug naar kamp gereden, genietend van het landschap, en kregen in kamp gevulde omeletjes voor de lunch. Daarna was het al gauw tijd om een beetje schaduw op te zoeken voor een siësta, want het was erg warm vandaag! Om 16:30 was het genoeg afgekoeld om weer onder de auto te kruipen en onze gids ging er weer mee aan de slag. Na een uurtje had hij de plaat op een iets andere manier gerepareerd, en konden Hans en ik gaan douchen in de schemer. Wat een genot, het warm water van de douche kwam van een “donkey” (ezel), oftewel een drum gevuld met water boven een houtvuurtje, gegarandeerd lekker warm water dus! Het was vanavond in tegenstelling tot gisteravond totaal niet koud, maar toch is een warme douche erg lekker… Tijdens het eten voerde de twee meisjes een toneelstukje uit en roosterde marshmallows boven het kampvuur voor ieder die dat wilde. Het zijn gelukkig lieve schatjes die het heerlijk vinden om buiten te zijn, en de jongste heeft zich (soms letterlijk) vastgeklampt aan mij en komt heel de dag door kletsen en knuffelen. We zijn om 21 uur in bed gekropen, moe van niets eigenlijk, en morgen is een lange maar waarschijnlijk mooie dag, we gaan namelijk beginnen met verder door de riviervallei van vanochtend te rijden.

23 augustus: Omenje Camp-Khowarib Community Camp, 204 km
Iedereen was al om 5:45 op en om 6:15 waren we klaar met onze spullen uit de tent te ruimen en in de auto te stoppen. Je krijgt er al gauw handigheid in en wij hebben nooit zo veel spullen bij: alles opruimen, beddengoed als eerste op de achterbank zodat het hopelijk een beetje stof-vrij blijft, tas voor in de tent met kleren enz voor dit deel van de reis erbovenop, de opvouwbare matrassen daarop (klemmen daarmee gelijk alles vast op de achterbank), opvouwbare bedjes en klapstoelen achterin de bakkie en we zijn klaar. We vertrokken om 7:30 terug richting de riviervallei van de Hoarusib Rivier, en hebben daar weer dezelfde route als gisteren doorheen gereden. Absoluut geen straf, wat een mooie riviervallei is dat! En met het veel vroegere uur was het licht heel anders, dus weer genieten van de prachtige rotsen, bergen, kliffen en kronkelende rivierbedding met regelmatig waterplassen erin. We zijn doorgereden waar we gisteren gestopt waren, en hebben totaal 28 km door deze prachtige riviervallei gereden, die geen moment verveelde en iedere bocht weer even mooi was. Op gegeven moment kwamen we bij Puros Canyon, een smalle stenen poort tussen twee prachtige gelaagde heuvels in de riviervallei, en daar zijn de vrouwen uitgestapt en te voet naar de overkant gelopen door het water, zodat ze de mannen konden fotograferen terwijl ze erdoor reden. Ik heb de waterdichte camera op een klein statief midden in het ondiepe water gezet vlakbij waar de auto’s langs zouden komen, en heb de hele konvooi van 7 auto’s gefilmd. Leuk, vooral omdat sommige flink gas gaven en het water flink deed opspatten! Een chauffeur die niet opgelet had zag opeens het cameratje staan en schrok en remde af omdat hij bang was hem nat te maken! Na de 28 km van de Hoarusib doorgereden te hebben reden we een paar uur lang in indrukwekkend woestijnlandschap; alle stijlen van hete, droge zand-, rots- en bergachtige woestijn hebben we wel gezien, prachtig! Maanlandschappen van keien, eindeloze velden van roze graniet-zand, witte zandvlaktes, en overal in de verte prachtige heuvelketens. Rond lunchtijd doken de auto’s de zanderige oevers van de droge Hoanib woestijnrivier in, ook weer woestijnolifantenterrein, en onder grote bomen hebben we geluncht voor we de slingerende droge zandrivierbedding volgde richting ons einddoel. Opeens zag Hans beweging en ik een vorm: een woestijnolifant! Hij stond een beetje dromerig in de schaduw tegen een boom geleund te kauwen, en we hebben hem goed kunnen bekijken. Het landschap dat de rivier omringde was overweldigend mooi: ruige grillige rotswanden, heuvels, zandduinen, maanlandschappen, geerodeerde rotsbergen, onbeschrijfelijk maar prachtig, Hans en ik hebben genoten. In de weelderig begroeide slingerende rivierbedding zelf zagen we wat later opeens een moeder-groepje olifanten; 4 volwassenen, een puber en 3 kleintjes, wauw! Wat later nog eens 3, en weer later nog eens 6 olifanten. Echt genieten om te zien hoe ze lopen, eten en samenzijn. Ondertussen zagen we ook bavianen, oryx, impala, struisvogels en zelfs een giraf. En het landschap deed ons om de kilometer roepen hoe mooi het was. De ruigste rotsen, grillige vormen, roest-rode keien, moeilijk om te omschrijven maar zo mooi allemaal! En ondertussen een soms best pittige rit door fijn, diep, zacht stuifzand dat grote wolken stof opwierp als je voorganger er door reed, zodat je moest stoppen totdat je weer kon zie waar je reed. Het begon laat te worden want dit rijden gaat langzaam, en met nog 65 km te gaan reden we de Hoanib riviervallei weer uit, om nog 15 km door nóg dieper, nóg fijner stuifzand te rijden! Ook hier weer een prachtig landschap: een mysterieuze witte sprookjeswereld van wit zand, struikjes en boompjes, bergen op de achtergrond en diffuus licht van het stof. Zonder vast te raken in het diepe zand kon iedereen de gravelweg bereiken, waar we nog de laatste 50 km op reden; wat een luxe, om weer 75 km/uur te kunnen rijden, en wat vreemd om door dorpjes te rijden en weer eens elektriciteitsmasten te zien staan, na ruim een week bush! We konden voor het eerst sinds Ruacana zelfs weer tanken, en met dat zware zandrijden was zelfs onze 160 liter tank onderhand aardig leeggeraakt. Hans en ik hebben in de drankwinkel vlakbij ook nog twee six-packs bier gekocht voor de gids en het bemanningslid die ons zo goed geholpen hadden met de stalen platen repareren, en toen was het doorstomen naar de overnachtingsplaats, waar we met ondergaande zon iets voor 18 uur aankwamen. De bemanning hadden de tenten op de rand van een afgrond opgezet met uitzicht op een (natte)rivier beneden, ook de wc’s hadden uitzicht op de rivier! Toen we savonds naar bed gingen was de Melkweg zo mooi zichtbaar, dat we geprobeerd hebben er een foto van te maken, maar helaas, je ziet er niets van. Het was een hele lange dag en Hans lag om 21 uur al uitgeput te slapen want hij heeft de afgelopen dagen en vandaag ook weer zijn sporen verdiend met 4WD rijden, maar wat een overweldigende mooie landschappen vandaag, dit is echt een schitterend deel van Namibië.

24 augustus: Khowarib Community Camp-Toko Rustig Camp, 162 km
We gingen vanochtend om 8 uur op pad, en amper een halve kilometer buiten het kamp was er al een stevige uitdaging: we reden de steile wittige klei- en modderkliffen af de rivier in, en aan de andere kant weer omhoog door een prachtig wit erosielandschap, een soort badlands. Hans reed als eerste na de gids en kwam eigenlijk heel soepel omhoog, maar toen we bovenaan uitstapte en terug liepen om te kijken naar de rest (iedereen ging een voor een) besefte we dat het best een pittige klim was. De rest is allemaal zwaar geladen, wij hebben eigenlijk niets bij, en dat scheelt ook, sommige worstelde echt om boven te komen! Eenmaal boven hebben we een tijd lang door glooiende heuvels van stoffige witte klei, fijn stuifzand, kiezels en scherpe rotsen gereden, vol boompjes en struiken en in de verte omlijst met grillige bergwanden met mooie wilde lagen steen in allerlei kleuren en vormen. We keken onze ogen uit, die steenlagen waren zo mooi! Op gegeven moment reden we weer een rivierbedding in, en hebben toen urenlang langs hoge rivieroevers van recht afgesleten zand gereden, waarbij de wortels van de bomen zichtbaar waren geworden door de erosie, en de bomen zelf soms nog maar met een paar wortels bevestigd waren in de grond. Regelmatig zagen we een giraf, of impala of bavianen. Het rijden ging langzaam want het is moeilijk terrein, en tegen lunchtijd hadden we in 4 uur tijd nog maar 56 km gereden. We deden in de rivierbedding lunchen onder een prachtige boom met een stam van wel 1,5 meter doorsnede, maar de lunch werd verstoord door hinderlijke vliegjes op zoek naar vocht – er vlogen tientallen rond ieder hoofd! Kort na de lunch reden we de rivierbedding uit en doken weer even een uurtje flink het stof in, voor we bij een vee-controle kwamen waar de banden ontsmet werden. Na nog een half uur stof happen, rijdend door een “gewoon” mooi landschap van gras, bosjes en “koppies” van verweerde granieten boulders kwamen we bij een heuse asfaltweg! Dat hebben we sinds Ruacana niet meer gezien, wat was die 40 km asfalt nou een heerlijk soepel, zwevend genot… Geen gehobbel of gehots, de auto die in rare hoeken hangt of constant moeten opletten op de weg, maar gewoon 40 km recht, glad, goed asfalt! De laatste 30 km was weer vertrouwde gravelwegen tot ons kamp, weer een rustiek kamp maar met lekkere donkey douches. Er was weinig schaduw (gelukkig zijn de auto’s groot, die geven dus schaduw), maar er stond een mooie grote boom vol gemeenschappelijke wevernestjes: grote balen hooi en takjes waar hele koloniën wevervogeltjes in wonen, en dat constante gekwetter en af en aan vliegen was best leuk. Savonds bij het kampvuur heeft Hans weer de neushoorn-pop met een mooi verhaal doorgegeven aan de meisjes die heel de reis zo lief en grappig zijn geweest, toen werd de pop geveild voor het goede doel; de gids wilde eerst een gesloten veiling houden, maar men vroeg om een open veiling dus er werd even lekker flink opgeboden tegen elkaar tot een mooi bedrag! Ook de fooienpot voor de bemanning was een mooi bedrag geworden, maar ze hebben dan ook goed voor ons gezorgd. Het is een prachtige trip met fenomenaal mooie landschappen geweest, echt we wisten dat Namibië mooi was maar we hadden geen voorstelling kunnen doen van hoe mooi dit stuk wel niet was! We hebben na het eten alvast afscheid genomen van de koppels die morgenochtend vroeg vertrekken, want Hans en ik hebben geen haast. Het volgende gedeelte van onze reis begint morgen, een hopelijk rustig weekje langzaam aan richting Zambia rijden waarin we weinig plannen hebben en hopelijk de kans krijgen (met name Hans!) om een beetje te rusten. En de was te doen, want we hebben al weer een flinke stapel was die naar kampvuur ruikt! Om 21:30 lag iedereen in bed en kregen ook de arme wevervogeltjes eindelijk rust.

25 augustus: Toko Rustig Camp-Uis, 249 km
Vanochtend vertrokken twee koppels rond zonsopkomst omdat ze lange ritten hadden en vandaag zo ver mogelijk wilde komen. Wij zijn pas om 7:30 vertrokken na de laatste afscheiden. Hans en ik reden eerst naar een tankstation vlakbij in het kruispunt-gehuchtje Kamanjab, waar we een beetje diesel bijgetankt hebben, en toen was het op ons dooie gemakje rijden over de gravelwegen naar onze bestemming in Uis, vlakbij de mooie Brandberg berg. Het landschap was “gewoon” mooi, wat zijn we namelijk verwend geweest de afgelopen twee weken, maar zo’n 70 km van Brandberg vandaan begon het landschap toch net een tandje mooier te worden, met glooiende heuvels en mooie rode en bruine kleuren. En in de verte al de indrukwekkende vorm van Brandberg zelf, die als een brede stenen kolos rijst uit een vlak stuk land. Erg mooi! Het was tot onze verbazing een redelijk drukke weg (om de 10-15 minuten een auto), en er begonnen op een paar tientallen kilometers van Brandberg souvenirstalletjes te verschijnen met enthousiast dansende en naar hun stalletje gebarende Herero en Himba vrouwen. Je zou van sommigen zelfs bijna bang worden! Opeens stond er uit het niets een wild gebarende, redelijk netjes geklede man midden op de weg, haast agressief wijzend naar zijn lege waterfles. Alsof hij panne had en aan het lopen was voor hulp en water, alleen, waar was zijn auto of hoe kwam hij anders daar? Het plaatje klopte niet, Hans en ik vertrouwde het allebei niet dus we reden door. Een eind verderop hetzelfde soort tafereel alleen nu 3 mannen op een ezelwagen, die behoorlijk in de weg op de weg stonden. Dat klopte nog minder; een ezelwagen is per definitie lokaal vervoer, dus of van of naar huis gaand, de ezels zagen er nog hartstikke fit uit en de mannen ook. Raar verhaal allemaal, misschien legitiem, of ze overvallen je zodra je stopt. We zijn er omheen gereden en doorgereden. We waren rond 12 uur in het piepkleine plaatsje Uis, en reden langs een leuk uitziend restaurant dus zijn gelijk gestopt voor een heerlijke hamburger met frietjes. Genieten! Zeker omdat het eten op de tocht niet echt van de kwaliteit of variatie was die we gewend zijn van dit bedrijf (maar de tocht werd dan ook eigenlijk door een in Namibië gespecialiseerd bedrijfje uitgevoerd onder de naam van het oorspronkelijke bedrijf). Voldaan zijn we naar de supermarkt tegenover gegaan waar we even overwogen hebben om een 5-kilo zak chips (!!!) te kopen, maar uiteindelijk voor een gewonere maat gegaan zijn 😉 nog wat andere boodschappen, en lekker twee ijsjes. Na de ijsjes zijn we naar onze B&B gereden, Petra’s Gasthause genaamd. Ik verwachtte een leuk lekker kneuterig gasthuis gerund door een wat oudere blanke vrouw, Hans had eerder dat het een jong blank stel zou zijn. Ik stapte binnen en een vrolijke zwarte man met een gouden tand gaf me breed grijnzend een hand. Ah u had gereserveerd? Ja klopt ik zie het, maar ik moet u iets laten zien… Ik liep achter hem aan naar een slaapkamer die stonk naar verf, cement, pur, kit en vernis. Hij legde uit dat van de week het plafond ingestort was omdat hij het net in mei overgenomen had, maar de vorige eigenaar nooit onderhoud had gepleegd, en hij alles aan het opknappen was, onze kamer wel klaar was, maar helaas nog niet geschikt om te gebruiken. Je werd inderdaad helemaal beroerd van de lucht! Maar hij had wel een andere kamer voor ons, en wees in de richting van een oude caravan op het terrein. Nee, gelukkig, hij bedoelde een huis in de straat erachter! Dat bleek van een bevriende blanke weduwnaar van Nederlandse oorsprong (nog uit de tijd van Van Riebeeck) te zijn die pas alleen was, en ons samen met zijn poedeltje hartelijk ontving en rondleide in de apart staande gastenkamer die hij voor familie en vrienden heeft! We mochten de was doen in zijn eigen wasmachine, excuses voor de rommel, hij gaf ons zijn laatste zelfgemaakte “droëwors” (droge worst), en hij vulde nog even gauw de suiker en thee aan. Wat een leuk ontvangst! We hebben een tijdje met hem gekletst en gelijk een was aangezet voor we terug naar het oorspronkelijke gasthuis wandelde om voor het eerst sinds de 14e weer even te internetten. Toen we verzadigd waren zijn we teruggegaan en hebben de kletsnatte was (de wasmachine was volgens mij al zeker 30 jaar oud en centrifugeerde niet meer goed) opgehangen en nog een beetje gekletst met de weduwnaar voor we ons terugtrokken voor een paar uurtjes rust, de foto’s downloaden en administratie bijwerken nu we weer stroom hadden. Ik houd alle essentiële dingen zoals fototoestel en telefoons namelijk al sinds Epupa Falls met powerpacks en een USB-aansluiting in het dashboard van de auto op gang, maar ideaal is dat niet. Rond 18 uur reden we terug naar ons lunchrestaurant, ons verheugend op een nieuwe lekkere maaltijd. Het was echter gesloten! Oeps, opeens herinnerde ik me dat ergens in de spraakwaterval vanmiddag van de zwarte eigenaar over wat er allemaal in Uis te doen was (ahum), hij iets gevraagd had zo van of we tijdens de lunch gezegd hadden dat we ook wilde avondeten… Nou ja zeg! Het restaurantje is dus alleen op verzoek savonds open! Dan maar naar het enige andere restaurant in Uis, de lokale bar/club/hostel/zwembad/enz. Daar hebben we eenvoudig maar best goed gegeten (friet, vlees en sla), waar Hans zijn T-bone steak groter was dan zijn hand en smolt op de tong zo mals. Terug in onze kamer hebben we lekker weer eens koffie gezet en een stroopwafel gegeten, gedoucht en de droge was alvast binnengehaald: de meeste was was in het droge woestijnklimaat en lekker zee-windje al behoorlijk droog.

26 augustus: Uis-Walvisbaai, 312 km
We hadden ons voorgenomen om uit te slapen maar waren al ruim voor zonsopkomst wakker. Dus maar om 6:45 eruit en om 7 uur ontbijten bij het gasthuis! De eigenaar vertelde trots wat hij allemaal gedaan heeft aan het gasthuis sinds hij het overgenomen heeft, en we rekende het restant af; we hadden van te voren al 50% deposit overgemaakt. De weduwnaar vertelde later dat de nieuwe eigenaar flink genept is door de oude eigenaar, omdat die hem bij overname een vol geboekt gasthuis aanbod, maar ondertussen de deposits in eigen zak hield na de verkoop. Jeetje en daar zei hij helemaal niets van tegen ons bij het afrekenen! We hebben alles ingepakt en gaven de weduwnaar een paar klompjes: bleek zijn overleden vrouw gek op Nederlands porselein te zijn, we mochten even binnen kijken… Ieder oppervlakte van de grote, ouderwets ingerichte woonkamer vol Perzische tapijten, houten meubels met grote kussens en koffietafeltjes met kanten kleedjes stond vol met goudgerande theekopjes, de muren hingen vol met delftsblauwe borden en romantische schilderijen, ongelofelijk! De klompjes kregen een ereplaats en de weduwnaar liet nog even trots zijn oude Nederlandse familiebijbel zien – met het porselein had hij niet zo veel, dat zouden zijn dochters binnenkort helpen uitzoeken. We zijn na een hartelijk afscheid op ons gemak om 8:45 vertrokken, de weduwnaar was ondertussen al met zijn laptop naar het enigste café van Uis om, zoals iedere dag, te internetten en koffie te drinken. We reden richting de kust bij Hentisbaai en zagen al op 50 km afstand van de kust een soort bergketen in de verte – dat bleken wolken te zijn, de eerste die we zien in twee weken! We daalde af naar zeeniveau en het werd ook frisser. De gravelweg was prima want er was net een “schraper” overheen gegaan om het wasbord eruit te schrapen, en het rijden ging dus lekker. Eenmaal langs de kust werd de gravelweg een zoutweg – letterlijk van zout gemaakt, zit qua rijgemak tussen een goeie gravelweg en asfalt in – het lijkt zelfs een beetje op een vuile asfaltweg. Hans en ik zijn in 2008 en 2013 in dit gebied geweest, Hans ook nog in 2003, en we verbazen ons over hoe gigantisch alles langs de kust gegroeid is. Hentisbaai was altijd maar een klein vakantiedorpje voor vissers. Maar tegenwoordig is het een volwaardig stadje aan het worden. Voorbij Hentisbaai zijn we even een zijweggetje naar het strand ingedoken, en Hans is als inmiddels ervaren 4WD coureur gewoon het strand opgereden naar het water toe (en we zijn weer weg gekomen zonder vast te raken…)! Het was fris, er woei een koude wind! Bij het volgende zijweggetje zagen we vanaf de weg al een groot wrak in de branding liggen. Daar zijn we ook even naar toe gereden dus: het vissersschip was in 2008, een paar maanden nadat wij er waren geweest, gestrand en lag er nog. Dit stuk kust naar het noorden toe heet Skeleton Coast, omdat het erg moeilijk en verraderlijk is, en dus vol scheepswrakken ligt. Er zijn verhalen dat de reddingspartij die de reddingspartij kwam redden die gestrand was terwijl ze scheepsbreukelingen kwamen redden (zowel vanuit het binnenland of vanuit de zee) ook gered moesten worden! We waren net weer op weg na de fotostop of we zagen opeens dat de radiator oververhit raakte. Dus weer stoppen, dit keer om de radiator af te laten koelen, en daarna heeft Hans het koelwater bijgevuld met kraanwater (we hebben altijd een voorraad drink- maar ook kraanwater bij). Terwijl we daar stonden kwam een passerende auto even informeren of we ok waren – de eigenaar van een reisbureautje gespecialiseerd in invalidenreizen, die ieder jaar naar de jaarbeurs in Utrecht ging. Heb je panne in Zuidelijk Afrika, zet je motorkap open en mensen zullen stoppen. Hij gaf ons het nummer van zijn garage in Swakopmund en reed door toen we aangaven dat hij weinig kon doen, we hoefde alleen maar de radiator even te laten afkoelen en bijvullen. En met het koude weer vandaag was dat geen probleem! Al gauw konden we weer op pad, en reden na een tijdje Swakopmund in, dat ook gigantisch gegroeid is. We hadden gehoord van een nieuwe mall maar konden die niet vinden, dus reden toen de stad weer even een tijdje uit langs het spoor, op zoek naar afbeeldingen van de insignes van Zuid-Afrikaanse soldaten die hier in de Eerste Wereldoorlog gestationeerd waren en uit verveling hun regimentale insignes gingen uittekenen in het landschap met verschillende gekleurde kiezels. We konden ze helaas niet vinden en hebben het vermoeden dat ze na ruim 100 jaar in het landschap gelegen hebben, nu opgeruimd zijn en in een museum tentoongesteld. Zonde! Terug de stad dus maar weer in, richting een Ocean Basket (vis-en-friet-keten) voor een heerlijke en te grote lunch. Het is een beetje een traditie geworden om daar een keer te eten op een Afrika reis, ze zijn namelijk in veel steden te vinden. Toen reden we naar de stadsbegraafplaats vlakbij, mooi gelegen aan de rand van het stadje waar de grote rode zandwoestijnduinen begonnen, en hebben even rillend van de kou vanwege de bijtende wind een aantal oorlogsgraven bekeken. Als laatste bezochten we in Swakopmund een supermarkt om de voorraden weer wat aan te vullen, en toen was het nog zo’n 35 km tussen de zee en de hoge woestijnduinen rijden naar Walvisbaai. We hebben getankt in een buitenwijk waar de pompbediende keek alsof ze nog nooit een blanke gezien had, geen Engels leek te spreken en zich leek af te vragen wat we met een auto met tankdop open in een tankstation kwamen doen. We vroegen om 400 nam-dollar aan diesel te pompen en ze wilde eerst weten of we geld hadden. Euh, ja natuurlijk. Het lukte uiteindelijk om haar diesel te laten pompen (je kunt zoiets niet zelf doen want de pompbediende heeft een sleutel of code voor de pomp) en we konden weer verder. Zucht. Er kan trouwens 160 liter in onze dubbele tank, waar we op normale wegen 1200-1500 km mee kunnen rijden. De afgelopen twee weken hebben we vanwege de zware omstandigheden echter maar zo’n 700 km op een volle tank gereden! Eenmaal bij de bed en breakfast voor vanavond aangekomen bleek de blanke eigenaresse extreem, haast fanatiek religieus te zijn, met drie bijbels en een kruis op de balie, een gezegende betonplaat in de tuin, bijbelspreuken op alle muren en een bijbel op de kamers. Ze vond het prima dat we morgenvroeg weg wilde want ze ging zelf ook vroeg naar de kerk en daarna de townships in om mensen te bekeren… We hebben de middag en avond rillend van de kou in onze kamer gezeten, we zijn niet meer gaan eten want zaten nog vol, en hebben rond 20 uur koffie gezet en allebei een hete douche genomen om onszelf en de kamer wat op te warmen. Het is hier vanwege het koufront en de koude wind, in combinatie met het woestijnklimaat zo’n 10 graden nu vanavond! Na het douchen zijn we alvast onder de dekens gekropen om warm te blijven, huizen hier zijn namelijk niet gemaakt voor de kou, want men is zelfs in de winter geen lagere temperatuur gewend dan 18 graden!

27 augustus: Walvisbaai-Windhoek, 352 km
De nacht was uiteindelijk gelukkig niet zo koud als hij leek te worden, en het dekbed redelijk warm, dus het viel mee. Vanochtend hebben we om 7:15 ontbeten (de vraag was eigenlijk 7 uur maar dat is de eigenaresse niet gelukt), en we waren blij dat we de eerste waren want het ontbijtbuffet leek niet berekend op de 8 man die er vannacht geslapen hebben. Wij hadden tenminste nog keuze! We waren rond 8 uur op pad, richting het binnenland. We moeten ons programma iets omgooien en vannacht in Windhoek overnachten, in plaats van ons oorspronkelijk geboekte overnachting in Otjiwarongo. Dan kan morgen naar de auto gekeken worden bij de verhuurder, want onze gids in Kaokoland vond het niet verantwoord om nog 4 weken rond te rijden met deze auto en heeft met onze toestemming de eigenaar van het tochten-bedrijfje gebeld, die daarop de eigenaar van de autoverhuurder gebeld heeft, enzovoort. Ze verwachten ons dus maandagochtend in Windhoek. Er zijn drie manieren om naar Windhoek vanuit Walvisbaai te komen, via een rechtstreekse asfaltweg, een iets minder rechtstreekse saaie gravelweg, en een totaal niet rechtstreekse maar hele mooie gravelweg. Die laatste is zo’n 100 km langer dan asfalt maar die namen wij dus vandaag. De eerste 40 km inland rijdend van de kust vandaan was het nog fris, vochtig en bewolkt, haast nevelig. Dat is de zee-mist die ongehinderd door obstakels iedere nacht zo ver het platte zanderige land op kan reizen, en pas na een paar uur zonlicht oplost. De woestijnplanten en dieren zijn er speciaal op ontwikkeld om te profiteren van deze dagelijkse portie dauw en mist voor het hete woestijnklimaat het overneemt! Na die “grens” van 40 km reden we de rest van de dag weer in de zon. De eerste 130 km was plat, zanderig, kaal en nauwelijks begroeide zandwoestijn, indrukwekkend in zijn wijdsheid! Toen kwamen we dichtbij een bergketen van glooiende heuvels afgebrokkeld zwart leisteen, hier liep een prachtige bergpas kronkelend dwars doorheen, de Kuiseb Pass op zo’n 1000 meter hoogte. Iedere bocht gaf weer een ander uitzicht over de op elkaar gepakte heuvels donker leisteen en ertussen onregelmatige kloven en rotswanden, erg mooi! Na nog eens zo’n 100 km over min of meer vlak maar mooi terrein kwamen we bij de tweede bergpas, de Gamsberg Pass. Deze slingerende nog meer dan de vorige en bracht ons nog hoger, tot rond de 1800 meter hoogte. En was ook echt weer schitterend mooi, met prachtige vergezichten en bocht na bocht na bocht. We hebben bovenop de pas gepicknickt terwijl we van het uitzicht genoten, en toen de pakweg laatste 100 km gereden naar de laatste bergketen vlak buiten Windhoek, waar we door de Kupferberg Pass gereden hebben. Het hoogste wat we vandaag kwamen was 2076 meter boven zeeniveau, en we zijn vanochtend vertrokken vanaf zeeniveau zelf! De laatste 15 km naar de stad zijn we terug gezakt naar zo’n 1700 meter boven zeeniveau en zitten nu in een soort vakantiepark ingeklemd tussen het vliegveld en de snelweg. Niets voor ons, maar we moeten toegeven dat de omgerekend 50 euro die we betalen voor een safari “tent” geen geld is eigenlijk. Het complex is hartstikke keurig, bewaakt en veilig, en de tent heeft een solide ijzeren frame, met leer beklede meubels, airco die ook kan verwarmen en er aangebouwd een prachtige luxe badkamer van steen die even groot is als het tent-slaapgedeelte. Hans heeft ’s middags gerust terwijl ik probeerde de oorspronkelijk geboekte overnachtingsplaats van vannacht te bellen en uit te leggen dat we een van de drie oorspronkelijk geboekte nachten moeten annuleren maar we hebben ze niet te pakken gekregen en hebben ze met de gratis wifi in het restaurant (in de tent hebben we niets) uiteindelijk een mailtje moeten sturen omdat niemand de telefoon opnam.

De bijgevoegde foto laat zien hoe er door Puros Canyon gereden werd in de riviervallei van de Hoarusib Rivier. Rechts van de auto staat ons waterdichte cameraatje alles te filmen!

Groetjes
Hans en Jooske

2 thoughts on “Namibië Zambia Malawi 6: Windhoek

  1. Het “verslag” leest als een spannend verhaal! Heerlijk om zo mee te mogen reizen: wat een fantastische reis maken jullie weer!!!

  2. Het blijft allemaal heel spectaculair. Mooi om zo mee te kunnen genieten van deze prachtige reis.
    De 3 filmpjes gezien van Van Zijl’s Pass vanaf mijn stoel. Niet avontuurlijk maar wel comfortabel! Dat je daar met een auto vanaf gaat lijkt me onvergetelijk!
    Zo wie zo deze hele reis.
    Geniet ze nog!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *