Trans-Botswana 9: terug thuis

Beste iedereen,We schrijven iedere dag een stukje en versturen dit blog wanneer we de kans hebben.
Na een mooie reis, die voor Truus in haar eigen woorden echt de reis van haar leven was, versturen we dit laatste blog vanuit thuis. We waren zo enorm moe na thuiskomst, dat het wel even een paar dagen geduurd heeft voor we zover waren!

14 juli: Ngepi – Kasane (Botswana), 457km
Vandaag reden we over de Caprivi Strip, een Namibische strook land tussen Angola en Botswana, richting het grensstandje Katima Mulilo. Al was het een lange rit vandaag, we konden rustig opstarten. Dus het was zoals alle verplaatsingsdagen je tent ‘s ochtends na het opstaan leegruimen, alles in de auto leggen, en dan naar de Bhejane veldkeuken lopen (hier mooi aan de Kavango Rivier gelegen, met knorrende hippos in de verte, en antilopen en reigers en ibissen tussen het riet aan de overkant). De twee auto’s van Bhejane (keukengerei op de ene, het kamp met alle tenten op de andere) werden al ingeladen, het kampvuur brandde en Comfort de kok was de laatste hand aan het leggen aan de ontbijttafel met fruitsalade, yoghurt, melk, ontbijtgranen en een grote gietijzeren pan met langzaam gegaarde havermoutpap. We laten gelijk als we ‘s ochtends bij de veldkeuken aankomen iemand van de bemanning weten dat onze tenten leeg zijn, en al terwijl we bezig zijn een kopje thee te pakken of wat ontbijt worden onze tenten al opgeborgen. Vanochtend kon iedereen op eigen gelegenheid rijden naar een picknickplaats zo’n 30 km van het kamp vandaan: we moesten er om 9:30 verzamelen en het zou zo’n drie kwartier duren om er te komen (de “oprit” naar Ngepi is 5 km diep, zacht, en dus langzaam zand), dus na het ontbijt om 7:30 was er voldoende tijd om nog een beetje te internetten bij de receptie (half open houten gebouw met rieten dak, mooi gelegen in een groene oase van bomen, struiken en bloemen aan de rivier; sproeiwater zat tenslotte!). Nadat we de post en zo binnengehaald hadden zijn we op ons gemak gereden naar een tankstation op de asfaltweg, hebben we de auto weer vol diesel gegooid, en toen reden we richting de ontmoetingsplaats. Eerst nog door een politiepost, want de Caprivi Strip heeft een onrustig verleden met de Angolese oorlog en andere strubbelingen. “Smile and wave”, is het devies bij zoiets; afremmen tot bijna stilstand, kijken of iemand je doorwuift, en pas als je een teken krijgt, vriendelijk wuiven en weer verder rijden. Afhankelijk van de vriendelijkheid van de politieagent laat hij je volledig afremmen of wuift hij je al eerder door… Maar ook dan, “smile and wave”, altijd “smile and wave”! Toen iedereen verzameld was zijn we als konvooi verder gereden over de Caprivi Strip. Een mooi stukje groene natuur, tussen verschillende rivieren gelegen, vol bomen, struiken en bushveld, nu ook veel mooi goudgeel gras zoals overal op het moment. Er leeft veel wild hier, maar tegenwoordig ook steeds meer mensen. Veel wild hebben we dus helaas niet gezien, maar de vele bordjes die waarschuwen voor olifanten, hippos, antilopen en zelfs Afrikaanse wilde honden blijven altijd mooi! En de waterbronnen en watertonnen in de dorpjes vallen op die omringd zijn door stapels prikkende acacia struiken, hekken van dicht op elkaar geplaatste dikke boomstammen of vloeren van beton volgestopt met scherpe stenen; allemaal maatregelen om te voorkomen dat olifanten bij het water kunnen en de boel slopen! Lunch was in een kamp aan de Limpopo Rivier, en toen kon ieder op eigen gelegenheid de grenspost Ngoma oversteken en Botswana terug in rijden naar ons laatste kamp, in Kasane. Er stonden ontelbare maraboes op de vuilstortplaats buiten het stadje, en er liepen wat bavianen rond, maar Kasane (toegangspoort tot Chobe Nationaal Park) is de laatste tien jaar explosief gegroeid en dus zie je er minder wilde dieren op de straten lopen dan vroeger. Ons kamp voor de komende dagen was even omschakelen, want om te beginnen konden we hem niet vinden; we waren er in 2016 ook geweest, maar waar onze Garmin zei dat we moesten afslaan klopte niet met wat we zagen, een rij betonnen motel kamers. Oeps, die betonnen lodge was letterlijk vóór onze lodge gebouwd, en die had nu een zandweggetje moeten aanleggen om het complex heen! En het is verder geen spannend kamp, dus na alle mooie kampen van deze reis leek dit net een stadscamping. Op zich nog altijd prima en mooi hoor, met veel hoge brede bomen die voor belangrijke schaduw zorgen, en allerlei vogeltjes.

15 juli: Kasane (Botswana – naar Zimbabwe), 0km
Vandaag hadden we een vroege start, want we gingen naar de Victoria Watervallen in Zimbabwe! In twee minibusjes, aangezien het al een gedoe is om mensen de grens over te krijgen, maar auto’s helemaal lastig en vooral DUUR en TRAAG zijn om Zimbabwe in te krijgen. Na een korte rit kwamen we bij de grens. Eerst Botswana uit, geen probleem, dat ging soepeltjes. Wel maande onze minibus chauffeur ons om op te schieten, want er was net een “overlander” samen met ons aangekomen; een soort truck geschikt voor personenvervoer, waarmee je in groepsverband door allerlei (vaak stoere) landen kunt reizen, “over land”. Onze chauffeur wilde vóór de groep van de overlander proberen de grens door te komen, want dat zou ons zeker een half uur of meer kunnen schelen. Maar ja, de overlander wilde vóór die twee minibusjes vol Zuid-Afrikanen en drie Nederlanders de grens over natuurlijk… Na een soort van gezondheidscheck aan de Zimbabwaanse kant (het even openslaan van de gele boekjes), was het richting immigratie gaan voor het stempel en in ons geval visum in ons paspoort. Onze (Botswaanse) minibus chauffeur stond al bij het loket in het kleine gebouwtje vol mensen en maande ons om naar hem te komen met onze paspoorten, geld, en de immigratie formuliertjes die we van te voren al ingevuld hadden. Maar tegelijkertijd kwam de (Zimbabwaanse) overlander chauffeur aanzetten met zijn groep, en baande een weg naar voren naar het loket. Hij was eerst, beweerde hij. Nee wij waren eerst zei onze chauffeur, jullie moesten nog formuliertjes invullen wij waren al zover. Overlander begint te kletsen met de linker Zimbabwaanse douanebeambte, die duidelijk van zins is om hem voor te laten (eigen volk eerst, hè?). Rechter Zimbabwaanse douanebeambte lijkt echter enigszins aan onze kant, en vindt dat wij eerst mogen want wij waren echt eerst. Vervolgens baan ik me ook een weg naar het loket, en begin me er mee te bemoeien en met onze drie paspoorten te zwaaien en die van een Amerikaan in onze groep die ook een betaald visum nodig heeft. Ondertussen vindt een politieagent dat het niet meer corona-proof is in het gebouwtje en begint in het Zimbabwaans te mopperen op iedereen en te gebaren, waarop de douanebeambtes ook geïrriteerd worden, en uiteindelijk de rechter eist dat alle toeristen vertrekken behalve ik, die stug bij het loket blijf samen met de rivaliserende chauffeurs. Twee andere douanebeambtes zijn inmiddels mee komen luisteren en zich er mee bemoeien. Vervolgens voer ik strijd met de Zimbabwaanse chauffeur en de linker douanebeambte, en schuif steeds onze paspoorten naar voren over die van hem heen, die dat dan weer bij mij doet en zitten we allemaal op elkaar te mopperen. Uiteindelijk ontstaat een soort van compromis; allebei de stapeltjes worden tegelijk en door elkaar heen verwerkt, samen met die van een Engels gezin en een Duits koppel die ondertussen ook waren komen opdagen. Een grote chaos van briefjes, stempels, formuliertjes, dollarbiljetten en paspoorten, maar er zit schot in; rechter neemt het geld aan en verwerkt met heel veel papierwerk de betaling en linker doet eindelijk met zichtbaar tegenzin mijn stapeltje paspoorten verwerken en we zijn door, we hebben ieder een mooi visum en stempels, ik heb onze paspoorten terug, en we zijn 120 dollar armer voor 4 man! Pfffff… Truus heeft dit alles met grote bewondering zitten volgen vanuit de deuropening waar Hans en zij zich geïnstalleerd hadden. Al met al reden we een uur later dan gepland richting de stad Victoria Falls, waar je de witte rook (nevel) van de watervallen van een afstandje al boven het stadje zag hangen (de lokale naam vertaalt ook naar “rook die dondert”), en waar we gelijk gebracht werden naar het nationaal park van de watervallen zelf. We waren verder vrij tot 16 uur vanmiddag, dus Hans, ik en Truus hebben voor 3 dollar per persoon een regenponcho gehuurd bij een van de souvenirstalletjes buiten het park. Het water stond namelijk schijnbaar behoorlijk hoog en dat betekent dat het een hele natte wandeling kan zijn. De waterval(len) snijden een zigzag-vormige canyon uit in het landschap, en vallen dus bij hoog water praktisch over heel de breedte van een “zig”. De wandeling erlangs begint in de punt van de zigzag waar de rustige rivier opeens in een bulderende muur van wit schuim verandert, en met vergezichten over de “zig” en de rotsen, eilandjes en gordijnen van wit razend water die het geheel vormen. Truus werd gelijk een beetje emotioneel bij het zien van zo’n uniek, machtig natuurfenomeen; de Victoria Watervallen zijn dan ook wel een van de grootste ter wereld, in volle bulderende glorie 108m hoog en wel 1780m lang. Wij zijn langzaam langs de Zimbabwaanse rand van de canyon gewandeld, langs het gordijn van water vlak bij ons, en hebben al gauw de ponchos aan moeten trekken en onze spullen in vuilniszakken onder de ponchos verbergen – lang leve ons waterdichte cameraatje, want het was af en toe net alsof je onder een stortdouche stond met je kleren aan! De watervallen lijken hun eigen wind te maken, want regelmatig zag je een wolk nevel ontstaan in de canyon, omhoog waaien, en die stortte zich dan als warme regen neer op ons! De watervallen lagen midden in een tropisch regenwoud van palmen, lianen, prachtige bomen en zelfs waterriet, zo nat was het er, en de vergezichten tussen de wolken witte nevel waren prachtig. Want boven dit natte microklimaat scheen het zonnetje lekker, dus je zag ook vaak regenbogen. En al had je er al gauw geen erg meer in, je was constant omringd door een bulderend diep gebrul van de massa’s en massa’s water die de kliffen afdonderden. We zijn helemaal tot Danger Point gelopen, het punt waar de canyon zigzagt en het Zimbabwaanse gedeelte stopt (het Zambiaanse gedeelte wat Hans en ik eigenlijk mooier vinden gaat aan de overkant van de canyon verder), en hebben op dit prachtige uitzichtpunt nog een tijdje genoten van het natuurschoon helemaal om ons heen. Voor de helft watervallen, voor een kwart prachtige roodbruine steile canyon, en voor een kwart tropisch regenwoud en moerasland. Toen zijn we dezelfde weg teruggelopen want we konden onszelf er nog niet van losscheuren, hebben terug aan het begin bij een bankje onze natte ponchos afgepeld, en met soppende schoenen en natte kleren lekker in het warme zonnetje onze meegenomen broodje boerewors (vanochtend nog voor ons gegrild door Comfort) opgepeuzeld terwijl we genoten van het geraas en het uitzicht op de nauwe canyon vóór ons (de plek van de bijgevoegde foto). Toen zijn we nog even naar het standbeeld van Doctor Livingstone gelopen en langs een stukje van de rivier voordat we uiteindelijk het park uit liepen. Truus kon zich eigenlijk niet losscheuren van dit prachtige gebied en bleef achterom kijken, maar het was dan ook uniek mooi met al dat water. Je wilde er eigenlijk haast zo induiken, zo uitnodigend zag het eruit! Eenmaal uit het park hebben we de souvenirstalletjes bekeken en zijn we nog even naar het Lookout Café geslenterd, vanwaar je een mooi uitzicht had over de zigzag-vormige canyon, en toen hebben we Truus op het minibusje gezet voor een ritje naar het hotel waar we zouden verzamelen, terwijl Hans en ik er naartoe gewandeld zijn. Terwijl we buiten op een bankje zaten kwamen wel 20 mangoesten langsgerend. Om 16 uur vertrokken we weer richting de grens, iedereen knikkebollend in de busjes; Zimbabwe uit ging gelukkig een stuk vlotter dan erin, en Botswana in is nooit zo’n probleem, dus rond 17:45 waren we al weer terug in het kamp.

16 juli: Kasane (Botswana), 0km
Vandaag hebben we weer een dag in Kasane; dit keer focus op de dieren in Chobe Nationaal Park. ‘s Ochtends een gamedrive, ‘s middags een boottocht over de Chobe Rivier. Meestal doe je een gamedrive zo vroeg mogelijk op de dag, maar zoals onze gids Douwe terecht opmerkte, het is nu midwinter, de dieren hebben het zo vroeg ook koud, en de meeste andere gamedrives gaan om 6 uur dus om de ergste files te vermijden vertrekken we pas om 7:30 anders sta je helemaal met 10 auto’s om een olifant heen. Iets wat voor ons een beetje moeilijk voor te stellen was, maar we hadden wel gemerkt dat Kasane enorm veranderd is sinds wij samen 14 jaar geleden (en Hans 19 jaar geleden) voor het eerst in het toen nog slaperig klein dorpje midden in de bush naast Chobe geweest zijn. Het is een en al guesthouses, lodges, B&Bs en hotels en alle bijbehorende infrastructuur zoals winkels en restaurants geworden, plus huizen en bedrijven. En al die mensen zijn hier voor dezelfde reden als wij; Chobe bezoeken. Rond 8 uur waren we bij de poort van Chobe, en zagen al 5 gamedrive auto’s vol Indiërs, een of ander bedrijfsuitje, en dan nog 3 andere gamedrive auto’s. Wow! En dan zouden we nog buiten de “spits” moeten zijn! Als eerste reden we naar de rivier, en kwamen onderweg constant andere gamedrive auto’s tegen. Tijdens het rijden in het zand naast de rivier, waar inmiddels een meerbaans zandweg ontstaan was, reden we soms haast in file, zo druk was het. Er lagen veel krokodillen in de rivier en er stonden watervogels te vissen, maar we zagen maar weinig nijlpaarden, en maar een paar impala en zo. In de verte stond een flinke menigte gamedrive auto’s rondom een boom; we reden er heen en er zou een luipaard moeten zijn, hij had zijn prooi nog in een boom hangen, maar was zelf al lang spoorloos – waarschijnlijk vanwege de drukte! Die kwam waarschijnlijk pas vanavond als het rustig was, helaas. Wij zijn maar doorgereden, en onze chauffeur bracht ons terug het binnenland in, want aan de rivier was het te druk en waren er te weinig dieren te vinden. Ook daar kwamen we om de paar minuten wel een gamedrive auto tegen; ik denk over de hele dag gezien zeker wel van 20-25 verschillende lodges en bedrijfjes auto’s. Op gegeven moment hadden we echter gelukkig een rustig pad, en zagen we opeens rechts in de bush een paar olifanten staan, dus hup in de remmen natuurlijk; het was een familie, en al gauw zagen we ook steeds meer pubers en baby’s tussen de struiken en hun moeders lopen, aan beide kanten van de weg. We waren aan drie kanten omringd, maar de kudde was volledig ontspannen en wierp wel af en toe een oog op ons maar ging vooral gewoon rustig door met grazen, modder op hun rug gooien, en spelen. Er waren veel kleine baby’tjes en sommigen ging bij hun moeders drinken, en bleven altijd aan hun moeder’s zij geplakt. Op gegeven moment gingen de olifanten aan de linkerkant oversteken voor ons langs naar de rechterkant, waar ze samen gingen met de rest, en langzaam door de bosjes bewogen. Volgens onze chauffeur gingen ze naar de rivier om te drinken, dus we reden naar een uitzichtpunt – een uitstekende rots boven de helling die naar de rivier leidde, waar de chauffeur vakkundig op reed. We zagen overal in de bosjes beweging terwijl de olifanten rustig naar beneden liepen, en er steeds meer olifanten bij leken te komen. Maar door de dichte bush zag je nooit de kudde helemaal, je zag alleen steeds glimpen van grijze ruggen en slurven en slagtanden tussen bomen en struiken door, en hoorde gekraak van takjes en gesnuif. Het lopen zelf hoor je nauwelijks, want olifanten lopen zo zachtjes! We genoten van het mooie zicht van een grote kudde olifanten die uiteindelijk uit de bosjes kwamen ver onder ons om te drinken en te spelen in de rivier, en wonderlijk genoeg was het helemaal ons momentje; er was even geen andere auto in zicht! Ook het water was niet gespaard gebleven van de drukte, want overal lagen houseboats (kun je een paar dagen op verblijven) en gewone bootjes. We reden nog een tijdje door Chobe, op zich natuurlijk een mooi park (Chobe heeft geen asfaltwegen, maar alleen zandpaadjes, waar onze chauffeur regelmatig voor even in de laagste 4WD stand moest gaan om erdoor te komen), en zagen hier en daar wat antilopen, wrattenzwijntjes, zebra’s en zo, maar heel spannend was het niet echt. Onderweg terug naar de uitgang kwamen we echter weer een hele grote familie olifanten tegen, en een leeuwin die vlakbij de weg lag te dutten. Leuk! Ook zagen we eindelijk een statig mannetjes-kudu met zijn prachtige kurkentrekker horens, mooi. Rond 12:15 reden we het park pas uit, en na een koud winderig ritje in de open gamedrive auto terug naar Kasane kwamen we een half uurtje later aan in ons kamp. Na even gauw videobellen met ons jarige oudste kleinkind was het tijd om aan te schuiven voor de lunch; toast en omeletjes gevuld met gehakt en kaas, lekker! We hadden even een paar uurtjes vrij en om 15 uur vertrokken we weer voor de sunset cruise op de Chobe Rivier. We stapte na een kort ritje in Kasane aan boord van de platte schuit, en voeren richting de grens van Chobe Nationaal Park. Nu is de regel in Zuidelijk Afrika dat je je inschrijft als je een nationaal park in gaat, en die regel geldt in Chobe dus onafhankelijk van je vervoermiddel… Dat betekent dat ieder bootje naar een keet boven een steiger moet varen, iemand eruit moet springen, iedereen registreren, en terugkomen vóór je verder kunt varen en het park zelf in kunt… Afrika is DOL op bureaucratie en administratie! Truus dacht dat we een grapje maakte toen we zeiden dat de boot eerst nog ingeschreven moest worden! Ook de rivier was schrikbarend druk met bootjes, helaas. De Chobe vormt hier de grens tussen Namibië en Botswana, en op het grote brede eiland in het midden stonden olifanten tot hun knieën in het water de wortels van waterplanten schoon te wassen en te slaan voor ze ze opaten; volgens de lokale gids worden de Chobe Rivier olifanten om deze reden het oudste van allemaal, omdat ze zo schoon eten aten (en daardoor onder andere hun kiezen minder slijten). We zagen op het eiland naast de olifanten ook nog wat nijlpaarden, en op de Botswaanse oever krokodillen en wat vogels. Maar eigenlijk viel het Hans en mij op dat het niet de hof van Eden was dat we gewend zijn van vroeger – bomen vol watervogels, overal nijlpaarden in het water, antilopen, buffels, roofvogels en soms zelfs leeuwen of toch zeker hun sporen zoals kadavers op de oevers… Het is gewoon te druk, denken we. In de verte zagen we opeens een groep olifanten aan de oever staan, dus onze schuit trok een spurtje, want die gingen ongetwijfeld oversteken naar het eiland zei onze lokale gids. Dat doen ze namelijk iedere avond, want op het eiland zijn ze ‘s nachts veilig voor bedreigingen. Maar wij waren natuurlijk niet de enigen die dat gezien hadden, en ik denk dat er wel 20 bootjes op de groep olifanten afkwam. Olifanten hebben veel persoonlijke ruimte nodig, en houden er niet van als hun beoogd pad overgestoken wordt, maar dat werd dus volop gedaan door de kleine bootjes en schuiten in allerlei maten, terwijl iedereen zocht naar de perfecte positie om te kijken hoe ze overstaken. Het was een mengeling van dierenkijkers zoals wij, maar ook bedrijfsuitjes en zelfs dagjesmensen die duidelijk geen enkele interesse hadden in de dieren op zich. Wat een drukte! De familiekudde olifanten stond half in het water, op zich ogenschijnlijk redelijk relaxed, maar wel alle bootjes om zich heen scherp in de gaten aan het houden. Af en toe stapte ze wat dieper het water in maar kwamen steeds terug naar het strandje. Iedereen bleef hoopvol op het water drentelen, maar er gebeurde niets. Ze staken niet over! Uiteindelijk dropen de bootjes, ook de onze, teleurgesteld af, want het was al dicht tegen 18 uur en om 18 uur moet iedereen het park uit zijn. Duidelijk dat die olifanten (en andere dieren) balen van de drukte, en wat je krijgt doordat die drukte niet goed gemanaged wordt, is dat de olifanten gewoon wachten tot 18 uur als het park leeg is voordat ze oversteken. Wat je dus krijgt is dat dat “het hoogtepunt van de show”, waar men onder andere op af komt, gaat verdwijnen! Door de hebberigheid voor toerisme wordt daarmee in de eigen voet geschoten… Wij voeren langzaam terug naar de grens van het park, en hebben nog wel een mooie zonsondergang gezien maar het prachtige gevoel van Chobe was voor Hans en mij wel een beetje weg, helaas. Het is gewoon echt te druk geworden. In het donker voeren we terug naar Kasane en reden we terug naar ons kamp, waar we wat later dan anders een afscheidsdiner kregen; voor ieder naar wens gebakken steak met daarbij in knoflook en roomboter gesmoorde jonge aardappelen, heerlijk romige saus, gestoofde groente en vers potjiebrood – een feestmaal! Toe ijs met warme chocoladesaus (dikke room en mars repen in een gietijzeren pot gesmolten…). Lekker! De rest van de avond werd besteed aan kletsen en afscheid nemen, en men lag later dan anders deze reis op bed.

17 juli: Kasane – Francistown (Botswana), 503km
De geluiden van de nacht bestond vannacht uit een combinatie van nijlpaarden-geknor en auto’s! Een paar mensen waren al om 5 uur op omdat ze vóór 6 uur wilde vertrekken, wij hadden gewoon met de rest van de groep om 6:30 ontbijt, en daarna een hartelijk afscheid van Douwe en zijn bemanning, voor we rond 7:15 weg reden terug naar het zuiden. In Kasane liepen in alle vroegte wrattenzwijntjes rond te wroeten op de straten. We hadden alle tijd, we hoefde “maar” 500km te rijden vandaag, dus Hans reed op zijn gemak en altijd ruim onder de snelheidslimiet (de Botswaanse politie is echt dol op het uitdelen van snelheidsboetes en doet regelmatig radarcontroles uitvoeren…). In de eerste 200km na vertrek zijn er nog niet zo heel veel dorpjes of huizen, en dus veel weidse bush en grasland. Hier zagen we totaal misschien wel 20 olifanten langs de weg (nationale parken zijn niet omheind in Botswana vanwege de dierenmigraties), en staken er 2 giraffen voor onze auto de weg over. Ook zagen we impala, bavianen, en zelfs een struisvogel! Heerlijk, en leuk voor Truus die na 2 weken Botswana nog altijd niet gewend is aan het idee dat je een olifant zomaar langs de weg kunt zien! Verder kon Hans zijn kunde in het omzeilen van potholes tonen; er waren er af en toe een paar, net genoeg om nog “leuk” te zijn – alsof je een videospelletje speelt waarin je obstakels moet vermijden. Alleen slecht voor de rug als de pothole toch wat dieper of breeder bleek dan Hans dacht! Au! Naarmate we zuidelijker kwamen werd het steeds drukker, ook was er veel vrachtverkeer, vooral de koperwagens uit Zambia en Congo; zware dubbele vrachtwagens volgeladen met loeizware platen puur koper. We hebben onze benen gestrekt, wat broodjes voor de lunch gekocht en getankt in het stadje Nata; ooit niet veel meer dan drie tankstations op een belangrijke splitsing, nu hard op weg om een klein stadje te worden. Buiten Nata zijn we nog even Nata Lodge binnengeschoten; een hele fijne kleine Lodge midden in de bush, gelegen bij een kleine natuurlijke bron en daardoor een groene oase in de woestijn. Vanwege nostalgie maar ook omdat deze Lodge echt vlak naast de weg gelegen is (maar een halve kilometer er vandaan) en al jaar en dag een klein souvenirwinkeltje heeft met (onder andere) wat lokaal gemaakte spulletjes voor schappelijke prijzen. Truus was namelijk nog op zoek naar wat mooie souvenirs, en inderdaad, ze kon er goed slagen! Tevreden reden we verder naar Francistown, de tweede grootste stad van Botswana en onze overnachtingsplaats voor vanavond. Het was even zoeken, vooral omdat de wegen op het laatst opengebroken waren omdat ook Francistown als kool aan het groeien is, maar we vonden uiteindelijk onze piepkleine B&B in een van de woonwijken; lekker lelijk kitsch met een fonteintje met Grieks standbeeld buiten, en binnen nepbloemen, witleren meubels, veel kussentjes, kitscherige schilderijtjes en natuurlijk gordijntjes, overal gordijntjes! Heerlijk… Dit is ook Afrika! Nadat we onze spullen gedumpt hebben zijn we naar een kleine mall vlakbij gereden waar we gehoopt hadden nog even wat te kunnen shoppen – helaas hadden we er geen erg in dat het zondag was, de meeste winkels waren namelijk om 14 uur al dichtgegaan. We zijn dus maar vroeg gaan eten in Nando’s, een populaire “kip en friet” keten in Botswana. De Botswaanse keuken is vermoedelijk pittig, want tabasco en peri peri zijn hele populaire sauzen, en Nando’s heeft zelfs zijn eigen reeks peri peri sauzen. Hoe pittig wilde we onze kip, vroeg men tijdens het bestellen? Euh, doe maar mild zei ik. Maar de tranen sprongen met name Truus in de ogen bij de eerste hap, oeps, Botswaans mild is niet precies hetzelfde als Nederlands mild! Het smaakte wel lekker, gelukkig. Na het eten reden we terug naar onze B&B waar we nog een kopje thee en koffie gezet hebben met een stroopwafel en chips voordat het tijd was om te douchen en vroeg te gaan slapen.

18 juli: Francistown – Lephalale (Zuid-Afrika), 356km
Na het ontbijt zijn we rond 8:45 weer gaan rijden. Vandaag maar een korte rit maar wel met een grensovergang erin; gelukkig een “gemakkelijke” grens, de grote grensovergang tussen Botswana en Zuid-Afrika. De rit naar de grens was prima; voor Botswaanse begrippen druk, maar over overwegend goede wegen want 6 jaar geleden is er een stukje echte 4-baans snelweg met heuse middenberm geopend tussen Francistown en Gaborone, de hoofdstad. Weliswaar een snelweg met zebrapaden, stoplichten, bushaltes en 60km zones bij afslagen, maar toch… En er lopen mensen, ezels, koeien, schapen en geiten langs in de berm. Alleen de ezelkarren mogen er officieel niet meer op rijden volgens de verbodsbordjes, hoewel het ons niet had verbaasd om er daar eentje te zien! Opeens stopt het stukje snelweg echter en wordt het weer 2-baans provinciaalse weg; de overgang was zo plotseling, dat we dachten dat een tegenligger een spookrijder was, tot we begrepen wat er gebeurd was! Toen we eenmaal de afslag richting de grens genomen hadden werd het iets rustiger en verschenen er weer wat meer potholes in het asfalt. Het was mooi rijden langs hoog goudgeel gras en de bomen langs de weg zijn altijd mooi; grote woudreuzen met grillige takken en veel schaduw, of een paraplu-vormige bladerdek, of een enkele kale baobab met zijn dikke glimmende bast. Waar we in Europa eigenlijk geen grenzen meer hebben, heb je in Zuidelijk Afrika zelfs nog niemandsland tussen beide landen; je stempelt echt het ene land eerst uit voor je het andere land instempelt. Wij leerden ook al heel gauw dat de beide kanten van de grens zelfs hun eigen naam hebben, verder niet verwarrend of zo; vandaag zouden we dus de Botswaanse grens Martinsdrift uitgaan en de Zuid-Afrikaanse grens Groblersbrug ingaan. Eenmaal bij de grens hebben we eerst nog getankt voor we Botswana uitstempelde – geen bijzonder vriendelijke douanebeambte, maar het ging vlot en zakelijk, prima. Toen Zuid-Afrika in; het was aan de Botswaanse kant uitgestorven geweest maar hier moesten we even wachten voor we aan de beurt waren. Maar deze beambte was even vriendelijk en vrolijk als dat ze dik was, en vroeg vrolijk of we haar mee wilde nemen terug naar Nederland. We waarschuwde dat het daar wel iets kouder was dan hier (zij zat uiteraard ook in een dikke winterjas bij 18 graden), en beloofde dat als we terugkwamen we haar mee zouden nemen, maar dat we vandaag te weinig ruimte in de auto hadden. Na nog wat grapjes werd ons een goede terugreis gewenst en reden we Zuid-Afrika weer in. Voor Truus begon het steeds duidelijker te worden dat de reis bijna voorbij was, en waar we 6 maanden geleden moesten onderhandelen om haar niet één maar drie weken naar Afrika te krijgen, verzuchtte ze nu zelf dat ze best nog wel een weekje wilde blijven! Na een korte rit kwamen we in Lephalale aan, waar we het piepkleine bordje dat de accommodatie aangaf in eerste instantie voorbij reden. Terugrijdend kwamen we voor een dicht hek te staan dat open ging voor de auto vóór ons. Wij reden achter hem aan en kwamen voor een tweede hek te staan, die van de accommodatie zelf. Geen sensor, geen bel, geen bewaker, alleen een bord met twee telefoonnummers erop. De ene deed het niet en de ander was constant bezet. Na minutenlang bellen, roepen, schreeuwen en fluiten deed eindelijk iemand op afstand het hek open, nu was het zoeken waar we terecht moesten op het rommelige terrein. Duidelijk een boerenfamilie die als bij- of hoofdverdienste een accommodatie begonnen was. Na twee woonhuizen binnengestapt te zijn vonden we iemand bereid om de bedrijfsleiding te bellen en kwam er eindelijk een vrouw aanzetten die ons naar onze kamers wees. Helaas wel zo’n 100m uit elkaar gelegen, ondanks dat we kamers naast elkaar verzocht hadden. We vroegen om avondeten (had ik bijgeboekt, lekker gemakkelijk de laatste avond) om 18 uur, maar om 18:30 hadden we nog niets gehad en ging ik maar op zoek naar iemand. Na wat rondzwerven en maar weer bellen kregen we dan eindelijk rond 18:45 onze inmiddels koude maaltijd… Zucht, TIA, This Is Africa. De kamers waren in ieder geval netjes. ‘s Avonds hebben we de airco op verwarmen gezet en zijn vroeg in bed gekropen omdat het weer flink begon af te koelen.

19 juli: Lephalale – onderweg, 323km
Het was gisteravond laat en vanochtend vroeg lawaaiig op het terrein; duidelijk dat we de enigste (internationale) doorreizende gasten waren en de rest was waarschijnlijk werklui die bezig waren om naar hun werk te gaan. Ons (lauwwarm) ontbijt werd keurig een kwartier eerder dan gevraagd gebracht, waardoor we om 7:15 al op pad konden zijn. Het eerste gedeelte van de rit reden we via de provinciale weg, een stuk rustiger dan de nationale tolweg en via mooie heuvelachtige landschappen. De laatste 100km reden we op de tolweg, zo’n 65km vóór Johannesburg hebben we de tank een laatste keer volgegooid, en in Pretoria zijn we de enorme Menlyn Mall in gegaan, om een paar uurtjes te vullen. Truus en ik hebben leuke kleren gevonden, en we hebben lekker een laatste keer bij de Ocean Basket gegeten, heerlijk! Truus dacht lekker wat pesto op haar broodje gesmeerd te hebben en had al een grote hap genomen voor we haar konden waarschuwen voor de groene chili pasta die op tafel stond… Oeps! Na een groot glas sap en een half uurtje verbrandde tong was de ergste brand gelukkig voorbij… De laatste 45km naar het vliegveld was voor Hans stressvol rijden want erg druk, en voor mij stressvol navigeren want erg ingewikkeld, maar ogenschijnlijk zonder enige moeite reden we zo de juiste parkeergarage in, en konden we onze auto inleveren. Toen was het inchecken, door de beveiliging en douane en naar de lounge om te wachten tot we konden vliegen om 19 uur; buiten in Johannesburg was het 15 graden, thuis bijna 40. Wat een contrast! Eenmaal in de lucht kregen we eten en toen was het al gauw tijd om te proberen wat te slapen.

20 juli: onderweg – thuis
Na een ontbijtje ergens rond 4 uur vanochtend landde we rond 5:30 in Frankfurt. Na een strenge en Duitse veiligheidscheck en een rommelig drukke douane waar EU paspoorten gelukkig door de automatische poortjes mochten, stapte we rond 7:45 in de vlucht naar Amsterdam. We stegen pas rond 8:50 op omdat er schijnbaar een cabin crew lid ongepland moest bijspringen in de terminal en daardoor pas laat aan boord was. Rond 9:30 landde we op Schiphol, waar we pas rond 10 uur konden uitstappen omdat de slurf het niet deed. Lopend naar de bagagehal zagen we een bijna letterlijk kilometerslange rij mensen vóór de vertrekhal staan, en in de bagagehal stonden de koffers van eerdere vluchten in bergen opgestapeld tussen de bagagebanden en langs de muren. Er stonden lange rijen reizigers bij de servicebalies van de bagagehandlers. Wow. Welkom thuis… Tot onze verbazing kwamen onze tassen daarentegen gelukkig na 10 minuten al van de band rollen, oef! Na een prima ritje naar huis stapte we thuis in een nog snoeiwarm huis, na de hitte van de afgelopen dagen.

De bijgevoegde foto is van de Victoria Watervallen, genomen vanuit een van de weinige droge hoeken want het was op de mooiste uitzichtpunten net een natte douche met je kleren aan!

Bedankt voor het meelezen en de vele leuke reacties, veel reacties ook op Truus haar avontuur, en hopelijk tot de volgende reis!

Groetjes,
Hans en Jooske

2 thoughts on “Trans-Botswana 9: terug thuis

  1. Zo, de prachtige reis zit er weer op!
    Hartelijk dank voor de weer geweldige verhalen en de prachtige foto van de Victoria watervallen; blijft fascinerend!
    Fijn dat alles goed is verlopen en jullie van en met Truus zo hebben genoten! Wat moet dat voor haar een geweldige ervaring geweest zijn!
    Alvast voorpret voor de volgende reis en tot kijk en horens!

    Lieve groet,
    Tosca

  2. Dank voor dit gedetailleerd verslag en mooie foto’s. Je krijgt hierdoor een goed beeld van dit mooie deel van Afrika. Wel opmerkelijk dat ook hier steeds meer sprake is van een toeristische invasie dat ten koste gaat van de betovering van het zicht op flora en vooral fauna….

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.